Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Voorzetten

U bent hier: start » voorzetten
Zoek naar
Voorzetten 20

Rapport van de Werkgroep ad hoc Spelling

1988
172 pagina's

2 Activiteiten inzake spelling van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren

2.1 Voorgeschiedenis van het advies van 1985

Sinds zijn installatie in december 1983 is in de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren, het adviesorgaan van de Nederlandse Taalunie, spelling voortdurend aan de orde geweest. In Bouwstenen voor een Taaluniebeleid zoals aangedragen door de Algemene Conferentie van de Nederlandse Taal en Letteren (1984), dat adviezen en suggesties bevat die in de aandacht van de Raad worden aanbevolen, wordt prioriteit toegekend aan een herdruk van de Woordenlijst van 1954 en aan het instellen van een orgaan van de Taalunie dat het werk kan overnemen van de bestaande spellingcommissies.

Bij de herdruk van de Woordenlijst, waarmee geen spellingherziening wordt beoogd, zouden fouten of inconsequenties moeten worden weggewerkt en sinds 1954 in gebruik gekomen en frequent gebruikte woorden worden toegevoegd. Voor deze activiteiten zou een permanente kleinschalige voorziening moeten worden gecreëerd. Er wordt nog aan toegevoegd dat op den duur één standaardspelling tot stand dient te komen in plaats van een voorkeurspelling en een niet-voorkeurspelling.

Het in te stellen spellingorgaan zou belast worden met een evaluatie van de Eindvoorstellen van de commissie-Pée/ Wesselings en met het bepalen van een standpunt ten aanzien van een spellingherziening die met één schriftbeeld per woord als uitgangspunt tot een vereenvoudiging van de huidige spelling zou moeten leiden. Verder zou het spellingorgaan de besluitvorming moeten bevorderen over het in 1974 voltooide rapport over de spelling van de binnenlandse aardrijkskundige namen in Nederland. Tenslotte zou het de problematiek van de spelling van de buitenlandse aardrijkskundige namen opnieuw ter hand moeten nemen door een nieuwe Vlaams-Nederlandse commissie in te stellen, die de sinds 1980 stagnerende werkzaamheden van de Nederlandse Commissie voor de Spelling van Buitenlandse Aardrijkskundige Namen (CBAN) officieel zou voortzetten.

In de begroting 1985 van de Taalunie werd hier gedeeltelijk op ingegaan. In de Memorie van toelichting spreekt het Comité van Ministers zijn voorkeur uit voor activiteiten die

Nederlandse Taalunie