Voorzetten online

Zoeken naar:

Voorzetten 21

Een normatief-pedagogische grammatica voor volwassenen

L. Beheydt en F. Jansen
1989
64 pagina's

14

dici wordt tegengesproken door duidelijk waarneembare etnocentrische tendensen die bij voorbeeld in de Vlaamse literatuur waar te nemen zijn (b.v. Herman Brusselmans en Jef Geeraerts in Humo 10.12.1987 of Greta Seghers op BRT 27.3.88). Zelfs bij de jongere neerlandici in Vlaanderen wordt er op zijn minst weer meer erkenning gevraagd voor een Vlaamse variant.

In het Noorden daartegenover is de normproblematiek veel minder levend. De Vries constateert bij de Nederlander heel weinig belangstelling voor die problematiek: "Wat de in het noorden gebruikte standaardtaal is en wie er de gebruikers van zijn lijkt voor zowel binnen- en buitenlandse taaibeschouwers als voor noordelijke taalgebruikers - zeker voorzover ze in de Randstad wonen -geen probleem te zijn" (De Vries 1986:127).

Dit opmerkelijke verschil tussen Zuid en Noord in de attitude tegenover de norm, maakt de kwestie voor de anderstalige leerder niet gemakkelijker. Reden te meer om te pleiten voor een grammatica voor anderstaligen die zekerheid en houvast biedt in de vorm van een volkomen onverdachte norm.

Blijft dan natuurlijk nog de vraag wat die volkomen onverdachte norm dan wel is en waar die kan worden gevonden. In een poging om die vraag te beantwoorden spreekt De Vries van de 'ideale standaardtaal'. Hij definieert die dan als volgt: "de ideale standaardtaal is contekstvrij (Kay 1977), ongemarkeerd ten aanzien van geografische, sociale en interactionele factoren. Behalve functioneel neutraal is de ideale standaardtaal ook emotioneel neutraal: het gebruik ervan heeft geen opvallend prestige, maar wekt evenmin een negatieve attitude op" (De Vries 1986).

De 'ideale standaardtaal' büjkt volgens deze definitie een volkomen neutraal Nederlands te zijn dat in alle opzichten ongemarkeerd is. Er zijn echter geen exclusief linguïstische criteria op grond waarvan men kan beslissen dat een bepaalde geobserveerde variant meer standaardtaal is dan een andere (vgl b.v. het mv. leraren met schakelaars). Wat de 'ideale standaardtaal' is, is een attitude-gegeven, wordt m.a.w. bepaald door de attitude van de taalgemeenschap. En uiteraard is er ook binnen die attitude ruimte voor variatie. Wat voor de ene taalgebruiker volkomen neutraal is, zal voor de andere een stilistische connotatie hebben. In dit verband is het dan ook zeker nodig om nader op de mogelijke variatie in te gaan.

23 Variatie in de grammatica

De normatieve houding bepalen tegenover geobserveerde variatie is een zeer hachelijke onderneming. Vooreerst is men het er ook binnen de neerlandistiek niet over eens welke varianten tot de standaardtaal behoren. De ANS die zichzelf bij monde van zijn redacteuren met het adjectief 'tolerans' heeft vereerd wordt door sommigen nog als te streng betiteld (b.v. J. Daan 1987). Verder sluit de hierboven gesuggereerde mogelijkheid van een 'ideale standaardtaal' het bestaan van varianten niet bij voorbaat uit. J. Daan bij voorbeeld stelt zelfs heel