Voorzetten online

Zoeken naar:

Voorzetten 21

Een normatief-pedagogische grammatica voor volwassenen

L. Beheydt en F. Jansen
1989
64 pagina's

16

2.4 Doelgroep

Een normatief-pedagogische grammatica voor anderstaligen moet in de eerste plaats zelfstandig en zonder begeleiding te hanteren zijn door de volwassen anderstalige.

Dat de ANS in dit opzicht ongeschikt is, hoeft nauwelijks betoog. De kritiek heeft daar al op gewezen en heeft zelfs aangegeven waarom de ANS alszodanig tekort schiet.

Jo Daan bij voorbeeld schrijft: "Ik zou een inleiding op deze grammatica willen die voor degenen die Nederlands als tweede taal leren begint met enkele grondregels, zoals de plaats van het lidwoord, de overeenkomst in getal, de grondregel voor de plaats en de volgorde van de adjectieven" (1987:105). En R. Smits klaagt dat de ANS te zelden een regel geeft die "ook een tweede taalverwerver de mogelijkheid tot beslissen biedt" (1986:395). De redactie van de ANS is er zich overigens wel van bewust dat het boek niet als naslagwerk te gebruiken is voor de gemiddelde tweede-taalverwerver.

Waar in de Inleiding van de ANS nog voorzichtig gesteld wordt dat de ANS niet is opgezet "als een leerboek Nederlands voor beginners, maar hoogstens voor de gevorderde student", stelt één van de redacteuren heel expliciet dat de "ANS niet bedoeld (is) als leerboek voor de student, maar als naslagwerk voor de docent" (De Rooij 1982:10). Dat heeft dan tot gevolg dat "Wat er uit de ANS bij de student terechtkomt, (...) normaliter eerst door de zeef van de docent moet gaan" (idem). Daarbij denkt De Rooij dan in de eerste plaats aan de normatieve selectie. Het is aan de docent te bepalen wat normatief is: die moet voor zichzelf uitmaken wat hij als 'goed Nederlands' beschouwt. Dat betekent dat het antwoord op de vraag 'wat is goed Nederlands?' niet rechtstreeks uit de ANS valt af te leiden. Daarmee blijft de leerder van het Nederlands wel in de kou staan, want dat is nu net de vraag die hij ondubbelzinnig door zijn grammatica beantwoord wil zien. Overige bezwaren tegen de ANS als gebruiksgrammatica voor anderstaligen worden kernachtig samengevat door Salverda waar hij schrijft: "Ik wil er echter op wijzen, dat het [ = ANS] zeker te omvangrijk en te moeilijk is voor beginnende buitenlanders" (1985:18).

Vanuit die kritiek op de ANS wordt m.i. al enigszins duidelijk wat er zeer in het algemeen verwacht mag worden van een normatief-pedagogische grammatica voor anderstaligen. In een drietal punten samengevat moet een grammatica voor die doelgroep:

1.   een ondubbelzinnig normatief standpunt innemen, d.w.z. dat de gebruiker met behulp van zijn grammatica moet kunnen beslissen wat 'goed Nederlands' is en wat niet;

2.   vooral duidelijk de grondregels van het Nederlands geven, en wel in heldere, eenvoudige formuleringen en met een hoge graad van generalisering;

3.   eenvoud en beperking nastreven, aangezien ook de niet-taalkundig geschoolde tweede-taalleerder die grammatica als naslagwerk moet kunnen hanteren.