Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Voorzetten

U bent hier: start » voorzetten
Zoek naar
Voorzetten 21

Een normatief-pedagogische grammatica voor volwassenen
L. Beheydt en F. Jansen
1989
64 pagina's

18

2.4.1 Niveaus

Als een pedagogische grammatica de leerder op elk moment van het leerproces, en op zijn leerniveau, duidelijke antwoorden moet bieden op zijn vragen dan is het van het hoogste belang dat er een heldere gradatie in het leermateriaal en in de regelformulering wordt aangebracht. Die gradatie moet anderzijds weer niet te ingewikkeld worden, zodat de gebruiker nog weet in welke sectie hij terecht kan. Een indeling in drie niveaus: elementair, basis en uitgebreid lijkt het meest werkbaar, ten minste als we afgaan op bestaande pedagogische grammatica's (cf. W. Stannard Allen Living English Structure). In het elementaire gedeelte zou de beginnende leerder dan op elementaire wijze inzicht worden bijgebracht in de grondprincipes van de grammatica van het Nederlands. Op basisniveau zou de hele grammatica van het Nederlands aan de orde moeten komen die nodig is voor het correcte gebruik van eenvoudig Nederlands. Op uitgebreid niveau zouden dan de meer idiomatische en complexe grammaticale verschijnselen moeten worden behandeld die gevorderde leerders moeten verwerven.

Uiteraard is een dergelijke vage niveau-omschrijving ontoereikend als richtlijn. Wel zijn wij ervan overtuigd dat een bruikbare niveau-indeling van de grammatica van het Nederlands, met een omschrijving en een inventarisatie van wat die grammatica op elk niveau moet omvatten een noodzakelijke eerste stap vormt in de opzet van een pedagogische grammatica. Een dergelijke hiërarchische taxonomie van grammaticale structuren en verschijnselen is vooralsnog niet voorhanden, tenzij in een rudimentaire vorm in de omschrijvingen van het niveau elementaire kennis van het Certificaat Nederlands als vreemde taal (zie Brochure: Het Certificaat Nederlands als Vreemde Taal: 15-18) en in de niveauindeling van de diagnostische toets Nederlands voor anderstaligen van het CITO (1987). Wel kan bij voorbeeld uit een vergelijking van de grammatica-ordening in verschillende leerwerken Nederlands voor anderstaligen een praktisch bruikbare hiërarchische taxonomie worden afgeleid. Ook bestaan er leergrammatica's van het Nederlands van een verschillende complexiteit. Zo is er op elementair niveau de Nederlandse grammatica voor buitenlanders (1985) van M. Langstraat-Mulder voorhanden en maakt de Nederlandse Grammatica voor Anderstaligen (1986) van A.M. Fontein en A. Pescher-ter Meer ook in typografie een onderscheid tussen elementaire stof en passages voor gevorderde gebruikers. Op uitgebreid niveau kan zowel de grammatica van Fontein-Pescher-ter Meer als de grammatica Nederlands, je taal (1986) van H. de Jonghe en W. de Geest zijn bruikbaarheid bewijzen.

Wat het elementaire niveau betreft, stelt Maureau (1987:202) dat beginnende leerders van het Nederlands allereerst duidelijk en uitvoerig geïnformeerd dienen te worden over functies en structuur van Nederlandse zinnen en dat ze "gebaat zijn bij een uitvoerige introductie op Nederlandse zinnen waarin met behulp van veel voorbeelden wordt uiteengezet hoe men ja/neen-vragen en vraag-woordvragen vormt, hoe men verzoeken, beloften, bevelen en suggesties formuleert en hoe men mededelingen doet".

Nog voor het elementaire gedeelte zou men vanuit pedagogische overwe-

Nederlandse Taalunie