Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Voorzetten

U bent hier: start » voorzetten
Zoek naar
Voorzetten 21

Een normatief-pedagogische grammatica voor volwassenen
L. Beheydt en F. Jansen
1989
64 pagina's

ói.

2.6 Conclusies en aanbevelingen

Ten behoeve van anderstaligen zou men eigenlijk moeten beschikken over grammatica's die op verschillende niveaus, per andere taal contrastief, in die taal een gesystematiseerde en didactische verantwoorde beschrijving van het Nederlands bieden. Dergelijke grammatica's schrijven is nu gemakkelijker geworden sinds de ANS er is. Daarnaast is het belangrijk en urgent dat er een eentalige pedagogische grammatica van het Nederlands komt, met een duidelijke niveauindeling, op contrastieve basis en in de eerste plaats didactisch georiënteerd.

Daarbij is een traditionele taalbeschrijving nog het veiligst, op voorwaarde dat die niet te rigoureus en met een marge voor pedagogisch verantwoorde afwijkingen wordt uitgewerkt. Er moet ruimte zijn voor een verantwoord eclectisme, maar de traditie is een goed uitgangspunt omdat "de doorsneestudent die een vreemde taal leert, als hij tenminste zelf geen linguïst is, zich nog het gemakkelijkst grammatica eigen maakt op de 'ouderwetse' manier, waarvan hij nog wel (vage) herinneringen uit de eigen schooltijd heeft overgehouden" (N. van den Toorn-Danner 1984:90).

Dat echter, anders dan in de traditionele schoolgrammatica, meer aandacht moet worden besteed aan het gebruik en de functie van de gepresenteerde vormen zal vanuit wat hiervoor gezegd is over het pedagogische standpunt al duidelijk zijn. De leerder moet immers niet alleen weten of bepaalde structuren goed Nederlands zijn, hij moet ook weten in welke omstandigheden en voor welke talige functies hij de betreffende structuren kan en mag hanteren.

Voor een pedagogische grammatica van het Nederlands is het verder van het grootste belang dat er een praktisch en uitvoerig opzoekapparaat voorzien is. Daarbij dient niet alleen gedacht te worden aan een uitgebreid register met alle technische termen en besproken vormen, maar ook aan een glossarium van de gebruikte terminologie met bijhorende eenvoudige omschrijvingen en definities.

Verder moeten in de grammatica veel eenvoudige voorbeelden worden gegeven die prototypisch de behandelde regels illustreren zowel met betrekking tot hun grammaticaal als met betrekking tot hun functioneel of situationeel gebruik. De voorbeelden moeten de leerder helpen het Nederlands correct te hanteren; zij moeten dus niet alleen inzicht bieden in de taalstructuur maar ook bruikbaar zijn voor toepassing in het eigen taalgebruik.

Wat de terminologie betreft lijkt een keuze voor de Latijnse of gelatiniseerde termen (verbum, adjectief) aangewezen, aangezien die terminologie ook in andere talen gehanteerd wordt. Toch zou een parallel gebruik van de Nederlandse termen erg nuttig kunnen zijn. Om de bruikbaarheid nog te verhogen zou ernaar gestreefd kunnen worden om in de formuleringen van regels en commentaren zo veel mogelijk dezelfde woorden en dezelfde stijl te hanteren.

De pedagogische grammatica moet ook als naslagwerk gehanteerd kunnen worden en dus is het van belang dat hij op allerlei wijzen zo toegankelijk mogelijk wordt gemaakt. Een systeem van consequente interne doorverwijzingen en een heldere lay-out en typografie zijn daarbij bijna even belangrijk als een goed

Nederlandse Taalunie