Een normatief-pedagogische grammatica voor volwassenen
L. Beheydt en F. Jansen
1989
64 pagina's
36
gesproken taal. Onze professionele taalgebruiker is er verder niet in geïnteresseerd of een vorm nog net wel, dan wel niet meer tot de standaardschrijftaal behoort. Eerder wil hij weten of de vorm die hij in gedachten heeft de beste, (dat is de meest geschikte) taalvorm is, of hij wil ingelicht worden over eventuele subtiele betekenisverschillen tussen varianten. De gebruiker heeft er niet zoveel aan, om te weten dat een variant wordt afgekeurd. Hij stelt er prijs op meteen een geschiktere variant te vernemen. Omdat zijn lezers onbekend zijn, moet hij wat dat betreft het zekere voor het onzekere nemen: de geschiktste vormen zijn die waartegen zo min mogelijk lezers bezwaar maken. Een professionele taalgebruiker weet precies met welk geme hij bezig is. Daarom zal hij graag de eventuele genrespecifïeke normen daarvoor willen vernemen.
33.2 Eisen aan de grammatica
Uit de vorige paragraaf vloeit voort dat aan de normatieve grammatica de volgende eisen moeten worden gesteld:
- De grammatica behandelt de leer van zinsdelen en woordsoorten alleen voor zover die nodig is om schrijftaalvarianten in functionele schrijfprodukten te beschrijven. Er is geen plaats voor grammaticale informatie die alleen nodig is om een constructie te beschrijven die onwenselijk wordt geacht. Dus geer ruimte voor beschouwingen over naamvallen om onwenselijke archaïsmen als te allen tijde goed te kunnen uitleggen.
- De grammatica berust op voorkeuren van professionele taalgebruikers vooi de schrijftaal.
- De grammatica mag niet volstaan met negatief geformuleerde regels als "Gebruik nooit X". Die zijn wel milder dan positief geformuleerde regels (omdat ze de lezer vrijlaten in zijn keus uit andere varianten), maar terzelf-dertijd onduidelijker.
- De grammatica houdt er in de formulering rekening mee, dat zijn regels opgevat zullen worden als voorschriften. Een streng voorschrift is niet altijd moeilijker te volgen dan een mild voorschrift, een subtiel voorschrift is dal wel.
- De grammatica treedt niet in de lexicografische gewoonte om afkeurenswaardige vormen eenvoudigweg niet te noemen. Dat is onduidelijk voor vee! gebruikers, die immers vaak denken dat vormen heel recent ontstaan zijn.
- De grammatica kan toe met minder soorten correctheidslabels dan bij voorbeeld de ANS. Naast "ongrammaticaal" en "twijfelachtig" is waarschijnlijk alleen "geen schrijftaal" nodig. De grammatica is wel scheutig met labels die informatie over het begrijpen ervan geven, zoals "onoverzichtelijk", "dubbelzinnig" en eventueel "stroef'.
- De grammatica geeft naast de ontraden variant ook geschikte alternatieven.