Voorzetten online

Zoeken naar:

Voorzetten 21

Een normatief-pedagogische grammatica voor volwassenen

L. Beheydt en F. Jansen
1989
64 pagina's

38

Ik volg zoals gezegd de juristen Sybesma-Knol en Wellens in hun zorgvuldige interpretatie van deze Verdragstekst (1987) en sluit me aan bij hun opinie dat officiële alleen op de spelling betrekking heeft. Het lijkt me verstandig dat te doen en te stellen dat onze normatief-pedagogische grammatica met de officiële grammatica van het SN zou kunnen zijn. De normatief-pedagogische grammatica voor autochtone volwassenen bevat geen officiële regels en kan bijgevolg niet in een wet of een maatregel van bestuur worden vastgelegd.

33ó Kanttekeningen bij een pedagogische opzet

Een grammatica is in pedagogisch opzicht geslaagd, als die geschikt is om op efficiënte, gestructureerde wijze kennis van de bouw van woorden en zinnen over te brengen. Dat betekent onder meer dat de grammatica de volgende eigenschappen heeft:

-     De grammatica sluit aan bij de beginsituatie van de lezers. Dat kan alleen als die beginsituatie homogeen is.

De grammatica leent zich voor een cursorische behandeling. De onderwerpen zijn duidelijk afgebakend en gerangschikt van makkelijk naar moeilijk. Wat later komt, bouwt voort op wat eerder behandeld is.

-     De grammatica is bruikbaar in een leerpsychologisch verantwoorde leergang. Dat brengt met zich mee dat elk hoofdstuk voorzien moet zijn van doelstellingen, controlevragen, en opdrachten.

Het spreekt haast vanzelf dat deze eisen haaks staan op de behoeften van de autochtone, volwassen taalgebruiker in het algemeen en van de professionele taalgebruiker in het bijzonder. Een echte pedagogische grammatica is voor hen derhalve ongeschikt. Zij vormen immers een heterogene groep wat leeftijd en vooropleiding betreft. Verder is de behoefte aan grammaticale informatie afhankelijk van de eisen die hun diverse beroepen stellen. Het zou goed kunnen dat de diversiteit leidt tot verschil in houding ten opzichte van afwijkingen van de standaardtaal.

De grammaticale vragen van de doelgroep zijn incidenteel. Men heeft geen tijd om een heel boek door te nemen. Zelfs een kort voorwoord van een woordenboek wordt zelden gelezen. De oplossing van Van Eijk (1982) is opmerkelijk: in plaats van een uitgebreide inhoudsopgave of een index vertelt ze een verhaaltje waarin alle behandelde taalproblemen voorkomen. Het is alleen wel de vraag of haar oplossing ook voor onze grammatica bruikbaar is. In ieder geval heeft een volwassen taalgebruiker geen zin in controlevragen en opdrachten, al dan niet voorzien van correctiesleutels. Hij heeft ook geen boodschap aan eerj ordening van makkelijk naar moeilijk. Het is zelfs de vraag of de organisatie van elke grammatica op zich met al zoveel voorkennis vereist, dat die voor de gemiddelde leek ontoegankelijk is.