Een normatief-pedagogische grammatica voor volwassenen
L. Beheydt en F. Jansen
1989
64 pagina's
t/
Duden, de Zweifelsfalle der deutschen Sprache, dat de vorm heeft van een woordenboek.
De Duden is streng normatief, vooral de laatstgenoemde Zweifelsfalle. Volgens Beersmans (1987) gelden de grammaticale normen daarin niet alleen voor de schrijftaal maar ook voor de spreektaal.
Zijn de genoemde werken geschikt om als voorbeeld voor de beoogde grammatica te dienen? Het antwoord is niet eenvoudig. Aan de ene kant blijkt uit het bestaan van die grammatica's en het succes ervan dat het mogelijk is adviezen over de standaardtaal en het gebruik ervan te geven in de vorm van een normatieve grammatica. Aan de andere kant is het niet zeker dat bij ons aan een voorwaarde voor succes voldaan wordt: het bestaan van een ruim publiek dat al over enige grammaticakennis beschikt.
3.4.13 Conclusie
Uit 3.4.1.1 blijkt dat de belangrijkste Nederlandse grammatica's op de ANS na geen normatieve of prescriptieve pretentie hebben. Uit 3.4.1.2 büjkt dat de adviesboeken niet als een grammatica georganiseerd zijn en dat grammaticale normen na de relatieve veronachtzaming in de jaren zeventig in de jaren tachtig weer meer in de belangstelling staan. Uit 3.4.1.2 blijkt dat men in het omringende buitenland wel de beschikking heeft over gezaghebbende normatieve grammatica's.
3.4.2 De behoefte aan grammaticale informatie
3.42.1 Inleiding
Veel van de werken die in de vorige paragraaf vermeld werden, zijn wijd en zijd bekend. Ze zijn dan ook frequent herdrukt, in grote oplagen. Daaruit mogen we echter niet onmiddellijk afleiden dat er een grote behoefte aan grammaticale informatie bestaat. Sommige werken worden louter aangeschaft omdat ze in het onderwijs verplichte kost zijn. In het algemeen weet men met hoe vaak een aangeschaft werk ook echt wordt geraadpleegd. Daarom is het nodig met behulp van een enquête na te gaan wat in de praktijk gebruikt wordt.
3.4.2.2 Doelstelling van de enquête
Ik heb een bescheiden peiling gehouden onder professionele taalgebruikers (zie 3.3.1). Ik heb me beperkt tot twee categorieën: redacteuren en taaitrainers en -adviseurs. In verband met de benerkte tiid is die neilins gebeurd in de vorm van