Een normatief-pedagogische grammatica voor volwassenen
L. Beheydt en F. Jansen
1989
64 pagina's
50
3.5 Conclusies en aanbevelingen
3.5.1 Conclusies
De vorige praragrafen maken de volgende conclusies mogelijk:
1. Een normatieve grammatica berust in principe op een beschrijving van het complex van voorkeuren van diegenen die zeggen Standaard Nederlands te gebruiken. Voor de beoogde grammatica is het wenselijk zich te beperken tot de voorkeuren van professionele taalgebruikers.
2. De normatieve grammatica doet niet alleen uitspraken over ongemotiveerde normen maar ook over gemotiveerde normen, vooral wanneer de begrijpelijkheid in het geding is.
3. Een normatieve grammatica is pas goed bruikbaar als aan de eisen genoemd in paragraaf 3.3.2 voldaan is. Zo'n grammatica bestaat thans nog niet.
4. Een bruikbare normatieve grammatica schiet te kort als pedagogische grammatica, en een pedagogische grammatica is niet bruikbaar om er grammaticale adviezen in op te zoeken.
5. De grammaticale informatie waaraan professionele taalgebruikers waarschijnlijk behoefte hebben verschilt fundamenteel van de informatie die allochtonen nodig hebben. Verder lijkt het me slecht voor het gevoel van eigenwaarde van de eerstgenoemde doelgroep, als die de regels voor subtiele grammaticale problemen moet zien te vinden tussen heel elementaire informatie. Daarom hebben beide doelgroepen aparte grammatica's nodig.
6. Er is geen reden om voor Nederlandse en Belgische autochtonen aparte grammatica's voor te stellen.
7. Aan een op schrijftaalnormen toegespitste variant van de ANS (of een andere grammatica) of aan een "vergrammaticaliseerd" adviesboek bestaat geen duidelijke behoefte, althans niet bij de professionele standaardtaalgebruikers. In de - waarschijnlijk tamelijk geringe - vraag naar grammaticale normen kan het eenvoudigst en doelstreffendst voorzien worden door de Woordenlijst van een grammaticaal aanhangsel te voorzien, net als Paardekoopers ABN-gids of de woordenlijst Goed woordgebruik in bedrijf en techniek (NEN 5000). In de vernieuwde inleiding moeten duidelijke voorschriften gegeven worden voor verzorgd en begrijpelijk Nederlands, voorzier van veel voorbeelden. Waarschijnlijk zullen er grammaticale termen in moeten voorkomen. De introductie daarvan kan het beste in een aparte beknopte grammatica worden ondergebracht (vergeüjk de aanpak van Damsteeg (1980) en Fromkin e.a. (1986)).