Etnische minderheden en Nederlands als tweede taal in Nederland en Vlaanderen
Redactie: S. Kroon en T. Vallen
1989
116 pagina's
Voorwoord
Het in 1987 als Advies van de Raad van de Nederlandse Taal en Letteren gepu bliceerde Meerjarenperspectief voor een Taaluniebeleid bevat in het hoofdstul 'Algemene overwegingen' bij de paragraaf 'Onderwijs' de overweging dat er "gele op de sterke toename van het aantal niet-Nederlandstaligen binnen de Taalunie regio, (...) ook gemeenschappelijke inspanningen verricht (zullen) moeten wordei om een degelijk stelsel van voorzieningen te scheppen voor het leren van d< Nederlandse taal aan anderstaligen" (pagina 18). Tegen deze achtergrond onder scheidt de Raad ten aanzien van het onderwerp 'Onderwijs Nederlands voor an derstaligen' op beleidsniveau drie belangrijke aandachtsgebieden: de bevorderinj van deskundigheid, de bevordering van ontwikkelactiviteiten en de bevordering vai onderzoek. Wat dit laatste onderwerp betreft, wordt onder andere prioriteit toege kend aan "de organisatie van een bilateraal symposion over onderzoek naar ei leermiddelen-ontwikkeling voor onderwijs Nederlands aan anderstalige kinderer jongeren en volwassenen in Nederland en Vlaanderen. Tijdens dit symposion zullei onderzoeksresultaten, leermiddelen, onderwijservaringen en voornemens wordei uitgewisseld en zullen nadere aanbevelingen worden geformuleerd voor een Taalu niebeleid" (pagina 37-38).
Met als uitgangspunt de formuleringen in het Meerjarenperspectief voor ee Taaluniebeleid organiseerde het Werkverband Taal en Minderheden van de Facul teit der Letteren van de Katholieke Universiteit Brabant te Tilburg in samen werking met de Nederlandse Taalunie het bilaterale Nederlands-Vlaamse symposiur waarvan in de bovenstaande passage sprake is. Het symposium vond plaats i Tilburg op 16 december 1988 en droeg als titel Etnische minderheden en Nedei lands als tweede taal in het Nederlandse taalgebied.
Aan het symposium werd deelgenomen door een honderdtal genodigden die i Nederland en Vlaanderen centrale posities innemen op het gebied van beleu onderzoek of onderwijs Nederlands als tweede taal. Ook de zes inleidingen di door Vlaamse en Nederlandse sprekers werden verzorgd, lagen op deze drie tei reinen. Vanuit Vlaanderen werd het woord gevoerd door lic. Marie-Claire Rosier;