Etnische minderheden en Nederlands als tweede taal in Nederland en Vlaanderen
Redactie: S. Kroon en T. Vallen
1989
116 pagina's
Onderwijs Nederlands als tweede taal in Vlaanderen
Johan Leman
1 Inleiding
Deze bijdrage over het onderwijs van het Nederlands als tweede taal in Vlaandi ren en Vlaams Brussel bestaat uit zeven onderdelen:
- een inleidende beschouwing over talenbeleid en anderstaligheid (paragraaf 2);
- een tweede inleidende bemerking over anderstaligheid en vreemdeling- respe tievelijk migrant-zijn (paragraaf 3);
- een uiteenzetting over de Nederlandse-taalstimulering versus het moedertaaloi derwijs (paragraaf 4);
- een aansluitende bemerking over het intercultureel onderwijs als zodanig (par graaf 5);
- een beschouwing over het onderwijs van het Nederlands als T2 (paragraaf 6);
- binnen een ander, maar niet geheel hiervan losstaand interesseveld: de taalle sen Nederlands voor volwassen migranten (paragraaf 7);
- twee afsluitende stellingen (paragraaf 8).
Afgezien van paragraaf 8 worden alle paragrafen afgesloten met een samenvatte de stelling.
2 Talenbeleid en anderstaligheid
In Vlaanderen bestaat er een consensus dat enerzijds het Nederlands als don nante taal in de mate van het mogelijke kwalitatief moet ontwikkeld worde maar dat anderzijds de meertaligheid een zeer belangrijke troef is. Vlamingi gaan prat op hun vaak voortreffelijke meertaligheid.
Op een ogenblik dat men stelt dat België, en dus ook Vlaanderen, een draaischi functie kan bekleden in de EEG, niet in het minst vanaf 1992, en dat bijvoorbee Brussel daarbinnen wel eens een geprivilegieerde plaats zou kunnen innemen, k; men zich afvragen waarom men niet méér systematisch aandacht zou gaan sche ken aan de minderheidstalen, ditmaal vanuit een nieuwe, Europese, optiek. H