Taalzorg: overheid en burger I
1989
140 pagina's
gericht is op onderwijs zo weinig vragen over leestekens (2%), uitspraak (1%) en grammatica (2%) binnenkomen.
3.3 Taalbeheersing in de praktijk 3.3.1. Toelichting op de instelling
In tegenstelling tot Nederlands van Nu van de VAN en Algemeen Nederlands en Onderwijs, die beide verenigingsorganen zijn, is 'Taalbeheersing in de praktijk' in principe een commerciële activiteit van een uitgeverij, hoewel ook vrijwilligers hun bijdrage leveren aan dit blad.
Tb.i/dp is tot het einde van de inventarisatieperiode een losbladig blad geweest dat in bijbehorende ordners in rubrieken moest worden opgeborgen. Vanaf januari 1989 heeft het tijdschrift een vaste vorm. Het blad bestaat sinds 1962, aanvankelijk onder de naam 'Taalbeheersing in de administratie', na 1984 onder de naam 'Taalbeheersing in de praktijk'. Het heeft naar schatting ruim 1000 abonnees.
Bij Tb.i/dp komen geen telefonische taalvragen binnen. De infrastructuur van de uitgeverij en de redactie van het blad zijn daar ook niet op gericht. Het secretariaat heeft een onderkomen bij de uitgeverij en wordt gevoerd door één vrijwillige medewerkster die elke week één ochtend aanwezig is. De omvangrijke en zeer professionele redactie wordt gevormd door taalkundigen die als nevenfunctie redacteur zijn van het blad. Deskundigen op het terrein van woordenboeken, taaladvisering, taaiverzorging, vertalen en juridisch en ambtelijk taalgebruik hebben zitting in de redactie. Schriftelijke vragen die binnenkomen, worden aan een van de gespecialiseerde deskundigen voorgelegd of op de redactievergaderingen aan de orde gesteld en toegewezen voor een bespreking. Vragen die eerder in Tb.i/dp zijn besproken, worden beantwoord met kopieën van verschenen adviezen.
Van de periode vóór 1983 is geen administratie van verstrekte taaiadviezen bewaard gebleven. Een groot deel van de vóór 1983 binnengekomen taalvragen is terug te vinden in de taaladviesrubrieken in het blad. De jaren 1979 en 1982 zijn op deze manier geïnventariseerd. Hoeveel brieven aan de in 1979 en 1982 besproken taalvragen ten grondslag liggen, is niet na te gaan. Enerzijds bespreken redacteuren in hun taaladviesrubrieken ook taalproblemen die hun via andere bronnen bereiken,