Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Voorzetten

U bent hier: start » voorzetten
Zoeken naar:
Voorzetten 26

Taalzorg: overheid en burger I

1989
140 pagina's

woord en het zoeken naar de AN-norm voor juist woordgebruik in Vlaanderen. In Nederland komen deze vragen niet vaak voor. Een ander aspect van dit verschil is het aantal eenvoudige vragen dat gesteld wordt, een verschil dat vooral tot uitdrukking komt in de vele telefonische vragen bij de RvT: de RvT krijgt veel vragen over eenvoudige c/k-spelling en d/dt-spelling, OT relatief zeer weinig.

4.3 Tabel 9: verhouding tussen schriftelijke en telefonische vragen (relatieve getallen: %)

       

wrd.

uit

niet

 

tekst

in-

   
   

spell.

leest.

gebr.

spr.

norm.

gram.

niv.

form.

 

totaal

   

1

2

3

4

5

6

7

8

%

n =

RvT

1986

21

4,5

52

1,5

 

12

3

6

100

67

schr.

1987

14

-

70

4

1

6

3

2

100

104

 

1988

31

-

51

-

2

12

4

100

51

A.

totaal

20

1,5

60,5

2

0,5

7

5

3,5

100

222

RvT

1986

33

1

61

0,2

0,6

2

3

0,2

100

699

tel.

1987

29

1,2

65

1,2

0,1

1,4

2

0,1

100

636

 

1988

31,6

1,5

62

1

0,2

0.5

3

0,2

100

880

B.

totaal

31

1 62,5

0,3

0,2 100

2215

OT

1986

13

3

33

5

15

13

13

5

100

193

schr.

1987

21

2

37

2

14

16

6

2

100

179

 

1988

18

2

34

2

12

11

13

8

100

219

totaal

17

35

13

13

11

100

591

OT

1986

27

-

27

2

14

14

5

11

100

56

tel.

1987

27

1

31

-

6

11

4

20

100

143

 

1988

21

1

37

4

6

8

6

17

100

311

totaal

24

34

17 100

510

Conclusies uit tabel 9

Raad voor Taaiadvies

De volgende horizontale kolommen vertonen een significant verschil tussen schriftelijke en telefonische vragen:

Nederlandse Taalunie