Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Voorzetten

U bent hier: start » voorzetten
Zoek naar
Voorzetten 25

Advies aan de Nederlandse Taalunie inzake de EEG-rechtelijke aspecten van een vaste boekenprijs
M. van Empel
1990
132 pagina's

II. VASTE BOEKENPRIJS EN DE 'ECONOMISCHE VOORUITGANG'

2.1.    Als uitgangspunt voor de verdere discussie moet worden aanvaard dat de Europese Commissie bij de toepassing van art. 85, lid 3, EEG-verdrag, gebonden is aan de in dat artikel neergelegde voorwaarden. De culturele waarden zoals die m.b.t. het boek algemeen worden aanvaard, worden in het kader van die voorwaarden niet genoemd. Van de Europese Commissie kan en mag dan ook niet verlangd worden, dergelijke culturele waarden rechtstreeks en als zodanig als rechtvaardigingsgrond voor een ontheffingsbeschikking te hanteren. Aan dergelijke culturele waarden kan echter wèl betekenis worden toegekend indien en voorzover aannemelijk is dat door deze waarden te dienen, daarbij tevens 'economische vooruitgang' wordt geboekt. Hierbij wordt de term 'economische vooruitgang' uiteraard gebruikt als korte aanduiding voor de meer uitgewerkte termen die in art. 85, lid 3, worden gebruikt: 'verbetering van de produktie of van de verdeling der produkten of tot verbetering van de technische of economische vooruitgang'.

2.2.    Ook cultuurgoederen zijn economische produkten in die zin dat zij bepaalde menselijke behoeften bevredigen. Er is een markt waar cultuurgoederen worden aangeboden en gevraagd, en waar dientengevolge transacties tot stand komen tegen een bepaalde prijs en andere condities. Uitgangspunt moet ook voor cultuurgoederen zijn dat allocatie van produktiefactoren op optimale wijze plaatsvindt door een vrije marktcoördinatie. Slechts wanneer aannemelijk is dat deze allocatie door een bewuste ingreep in deze marktcoördinatie zou worden verbeterd, kan hiervan worden afgeweken.

2.3.    Ook als men aanvaardt dat cultuurgoederen 'produkten' zijn, is daarmee nog niet een eenduidig begrip geïntroduceerd. De vraag is immers gewettigd wat hier precies het 'produkt' is. Dit is in wezen een functioneel begrip: niet bepalend is het object 'an sich', maar veeleer de behoeftebevrediging. Met andere woorden: beslissend is de vraag welke behoefte er om bevrediging vraagt.

2.4.    Vraagt men nu naar de inhoud van het begrip 'cultuurgoederen' als produkt dan lijkt het verantwoord te stellen dat de variëteit van het aanbod hiervan een wezenlijk

Nederlandse Taalunie