Advies aan de Nederlandse Taalunie inzake de EEG-rechtelijke aspecten van een vaste boekenprijs
M. van Empel
1990
132 pagina's
V. 'GEEN UITSCHAKELING VAN DE MEDEDINGING'
5.1. Eveneens wordt als voorwaarde voor de toepassing van artikel 85, lid 3, EEG-verdrag gesteld dat niet de betrokken regeling 'de mogelijkheid (geeft) voor een wezenlijk deel van de betrokken produkten de mededinging uit te schakelen'.
5.2. Ten opzichte van dit vereiste kan men enigszins twijfelen waar het de eerste, hierboven onder III aangegeven mogelijkheid betreft: de inkomensgarantie door de overheid. Immers, hoe hoger het aldus gegarandeerde inkomen is, hoe minder prikkel er voor de betrokken boekhandels over blijft om zich door actieve concurrentie nog verdere inkomsten te verwerven. Een uiteindelijk oordeel zal dan ook afhankelijk zijn van de concrete uitwerking zoals die aan deze mogelijke benadering zou worden gegeven.
5.3. De twee andere aangegeven mogelijkheden roepen in dit verband minder vragen op. Het moet uitgesloten worden geacht dat de in het kader van de tweede mogelijkheid vast te stellen verdeelsleutel zodanig zou zijn dat daarmee aan de individuele boekhandels iedere mogelijkheid of prikkel tot concurrentie zou worden ontnomen.
Ook voor het systeem van de vaste boekenprijs geldt dat hiermee voor de individuele boekhandels concurrentie mogelijk en aantrekkelijk blijft. Immers, waar de marges op de individuele titels er op zijn gericht voor een gemiddelde boekhandel voldoende inkomen te genereren, doet dit niet af aan de mogelijkheid van individuele boekhandels om zich door gebruik te maken van andere concurrentiemiddelen (assortiment, service enz.) een extra debiet te verwerven in vergelijking met andere boekhandels. Ten overvloede zij er in dit verband op gewezen dat het systeem van de vaste boekenprijs de prijsconcurrentie tussen titels en eventueel tussen verschillende uitgaven van de zelfde titel onverlet laat.