Advies aan de Nederlandse Taalunie inzake de EEG-rechtelijke aspecten van een vaste boekenprijs
M. van Empel
1990
132 pagina's
VI. PROPORTIONALITEIT
6.1. Als laatste wordt hier besproken het vereiste, als neergelegd in artikel 85, lid 3, dat niet 'beperkingen (worden opgelegd) welke voor het bereiken van deze doelstellingen niet onmisbaar zijn': het 'proportionaliteitsvereiste'. Met andere woorden: in hoeverre worden in de hierboven onder III genoemde mogelijkheden beperkingen in de mogelijkheden van concurrentie gesuggereerd die verder gaan dan strikt noodzakelijk om het doel van een fijnmazige distributiestructuur te realiseren?
6.2. Voor een oordeel over de drie alternatieve mogelijkheden in het licht van dit 'proportionaliteitsvereiste' moet als uitgangspunt worden genomen de overweging dat het concurrentiemodel waarop artikel 85, EEG is gebaseerd, uitgaat van een decentrale besluitvorming met coördinatie via de markt.
Dit betekent dat het 'proportionaliteits-vereiste' de eis inhoudt dat bij het zoeken naar middelen om de betreffende 'economische verbetering' te realiseren, die middelen de voorkeur genieten die de decentrale besluitvorming zo veel mogelijk in stand houden. Vgl. in dit verband de constatering door het Hof van Justitie in de Zaak 48/69 (ICI/Commissie), r.o. 119, dat van een verboden 'onderling afgestemde feitelijke gedraging' sprake was waar samenwerking tussen ondernemingen in de plaats kwam van de 'risico's van de mededinging en de ongewisheid hunner spontane reacties'.
6.3. Past men het aldus nader gepreciseerde 'proportionaliteitsvereiste' toe op de hierboven onder III gesuggereerde alternatieven, dan blijkt het eerste alternatief duidelijk de meest stringente ingreep in de decentrale besluitvorming in te houden, het derde alternatief duidelijk de minst stringente. Anders gezegd, de - door het Verdrag als principe vastgelegde - coördinatie van het economisch handelen via de markt komt in het als derde genoemde alternatief (de 'vaste boekenprijs') duidelijk het meeste tot haar recht.
6.4. Het voorgaande kan als volgt worden samengevat. Een beleid dat er op is gericht het aanbod van boeken met inachtneming van de specifieke kenmerken daarvan veilig te stellen moet worden erkend als een beleid dat er op is gericht een 'economische vooruitgang' te realiseren als