Advies aan de Nederlandse Taalunie inzake de EEG-rechtelijke aspecten van een vaste boekenprijs
M. van Empel
1990
132 pagina's
VII. NADERE UITWERKING
7.1. Onder VI is hierboven de 'negatieve' grens aangegeven die het 'proportionaliteitsvereiste' aan het zoeken naar beleidsmiddelen stelt. Het 'proportionaliteitsvereiste' kan echter ook in 'positieve' zin als aanknopingspunt dienen bij het nader uitwerken van de hierboven als optimale oplossing gekozen benadering van de 'vaste boekenprijs'. Hiermee wordt bedoeld dat, wanneer men eenmaal heeft aanvaard dat een bepaald doel gerechtvaardigd is als 'economische vooruitgang' als bedoeld in artikel 85, lid 3, EEG-verdrag, men ook dient te aanvaarden dat dié middelen als beleid worden ingezet, die essentieel zijn voor het bereiken van dat doel: niet meer dan nodig, maar ook niet minder. Immers, logischerwijs kan men niet enerzijds een doel als nastrevenswaardig aanmerken, en daarmee als rechtvaardigingsgrond voor zekere concurrentiebeperkin-gen, en anderzijds toch daarvan niet de noodzakelijke (immers niet overbodige) consequenties aanvaarden.
7.2. Dit betekent dat bij de nadere uitwerking van het systeem van de 'vaste boekenprijs' wèl een 'proportionaliteitseis' geldt, niet een 'minimaliteitseis'. Als kan worden aangetoond dat een bepaalde uitwerking van dat systeem weliswaar dieper ingrijpt in de concurrentieverhoudingen dan een bepaalde andere uitwerking, maar dat eerstbedoelde uitwerking wèl het als legitiem aanvaarde doel volledig dient, de laatstbedoelde daarentegen daarin te kort schiet, dan moet de eerstbedoelde uitwerking als gerechtvaardigd onder artikel 85, lid 3, EEG-verdrag worden erkend.
7.3. Daarmee is dus de vraag gesteld welke uitwerking van het systeem van de 'vaste boekenprijs' essentieel is voor het bereiken van het gestelde doel: bevorderen van een relatief fijnmazig distributiepatroon van boeken, met als tussenliggend doel ter bereiking van dit uiteindelijke doel: het garanderen van een zekere minimummarge ter compensatie van een eventueel lage omloopsnelheid.
7.4. Het gaat bij de bovengenoemde compensatie om het veilig stellen van een zodanig ondernemingsinkomen dat men redelijkerwijs mag verwachten dat een als voldoende aan te merken aantal ondernemers als activiteit de detailverkoop van boeken zal kiezen. Dit betekent dat het beslissende aanknopingspunt niet is de marge per individueel boek, maar het inkomen dat wordt genoten uit de vqrkoop