Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Voorzetten

U bent hier: start » voorzetten
Zoek naar
Voorzetten 25

Advies aan de Nederlandse Taalunie inzake de EEG-rechtelijke aspecten van een vaste boekenprijs
M. van Empel
1990
132 pagina's

VIII.AUTORITEIT

8.1.    Uit het voorgaande is duidelijk dat het cultuur-beleid zoals dat hier meer in het bijzonder voor boeken wordt aangegeven, uiteindelijk overheidsbeleid is. Het is de samenleving die door middel van de daarvoor geldende besluitvormingsprocessen de prioriteiten te dien aanzien vaststelt. In het onderhavige kader is geconstateerd dat het een legitiem element van cultuurbeleid is om bewust een relatief fijnmazige distributiestructuur van boeken te bevorderen.

8.2.    Anderzijds is hierboven onder VI geconstateerd dat vanwege het proportionaliteitsvereiste een regeling op grond van verticale prijsbinding de voorkeur verdient, juist vanwege de in grote mate decentrale implementatie welke een dergelijk systeem veronderstelt.

8.3.    Het een is niet in strijd met het ander. Het is niet alleen denkbaar, maar waarschijnlijk in het algemeen aanbevelenswaardig voor de overheid om, als eenmaal de prioriteiten van het beleid als zodanig zijn vastgesteld, de tenuitvoerlegging daarvan waar mogelijk aan de direct betrokken particulieren toe te vertrouwen, c.q. over te laten.

8.4.    Overigens moet worden opgemerkt dat een dergelijke particuliere uitvoering van het beleid als zodanig is onderworpen aan de nu eenmaal voor particuliere regelingen geldende regels, waaronder artikel 85 EEG-verdrag. Het is echter niet zo dat het enkele feit dat de overheid de uitvoering van de betrokken regeling wèl (tot op zekere hoogte) in eigen hand zou houden, deze regeling en de uitvoering daarvan aan het EEG-concurrentieregime zou onttrekken. Ook de overheid is, èn bij het eigen handelen, èn bij het opleggen c.q. beïnvloeden van particulier handelen, gehouden het concurrentiemodel, zoals dat nu eenmaal aan de EEG ten grondslag ligt, te respecteren (vgl. arrest 'Vlaamse Reisbureaus', genoemd hierboven onder 2.10.)

8.5.    In het licht van het voorgaande moet worden geconstateerd dat er als zodanig geen bezwaar bestaat tegen een opzet waarin de overheid als prioriteit van cultuurbeleid een relatief fijnmazige distributiestructuur van boeken nastreeft en de realisatie daarvan zoekt in het adequaat functioneren van een door de betrokken particuliere belan-

Nederlandse Taalunie