Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Voorzetten

U bent hier: start » voorzetten
Zoek naar
Voorzetten 27

Taalzorg: overheid en burger II
Redactie: G. Geerts, J. Renkema, H. Schenk [e.a.].
1990
172 pagina's

2 Prof. dr. G. Geerts

Zijn taal en beleid water en vuur?

Het antwoord op deze vraag zou ja zijn, als taal taal was. Maar zo ingewikkeld is het niet!

In de linguïstiek geldt immers het axioma dat taal conventie is (de Saussure blz. 26: 'la langue est une convention'). Maar als de discussie gaat over de mogelijkheid van taalpolitiek beleid wordt dat meestal buiten beschouwing gelaten. De pure linguïsten bestuderen weliswaar uitsluitend de taal (la langue), die slechts bestaat 'qu'en vertu d'une sorte de contrat passé entre les membres de la communauté' (de Saussure blz. 31), die door de Saussure zonder meer 'une institution (blz. 33) sociale' wordt genoemd, maar de meest voor de hand liggende implicatie daarvan wordt steevast genegeerd.

Conventie constitueert wat gemeenschappelijk gepast gevonden wordt. Waar men het niet over eens is, valt per definitie buiten dat geheel der 'traditionele, stilzwijgend aanvaarde, geijkte opvattingen'. Dat is dus beschikbaar voor expliciete afspraken, ingrepen, regelingen, voor beleid.

Bovendien wordt door linguïsten nog al eens over het hoofd gezien dat theoretici als de Saussure het over dialecten hebben en geenszins over standaardtalen. Ik gebruik de term dialecten hier zo opvallend, omdat dat de talen zijn waarbij het vrije spel der maatschappelijke krachten inderdaad zorgt voor het behoud van het evenwicht van het systeem en voor de probleemloze aanpassingen aan de maatschappelijke veranderingen. Zulke talen fungeren als moedertaal in een gemeenschap die niet in de eerste plaats een taalgemeenschap is, maar een leefgemeenschap. In zulke gemeenschappen komen geen taalproblemen voor, omdat de leden daarvan, naar het bekende woord van Nuytens, niet een taal hebben, maar een taal zijn (1962, 247). Dialecten kennen weliswaar ijzersterke normen, maar dat zijn puur linguïstische -en dus 'stilzwijgend aanvaarde geijkte opvattingen'. Niemand heeft er weet van en dus heeft ook niemand daar last van (Verg. Milroy en Milroy 1985, 48).

Wel problemen zijn er als men standaardtalen als de objecten beschouwt waar de linguïstiek zich mee bezig moet houden. En dat doen linguïsten op grote schaal. Standaardtalen zijn evenwel, zoals Hudson dat heeft genoemd 'ziekelijke verschijnselen' gemeten met de maat van de Saussuriaanse langue. Standaardtalen zijn geen natuur- maar cultuurprodukten. Standaardtalen zijn in vele gevallen geen moedertaal van leefgemeenschappen, maar af en toe ten hoogste enkele generaties, van de elite in dergelijke

Nederlandse Taalunie