Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Voorzetten

U bent hier: start » voorzetten
Zoek naar
Voorzetten 27

Taalzorg: overheid en burger II
Redactie: G. Geerts, J. Renkema, H. Schenk [e.a.].
1990
172 pagina's

1 Prof. dr. J.S. ten Brinke

De leraar-Nederlands als gids in normenland 7.0 Inleiding

7.0.0 Opbouw van dit artikel

Het grootste deel van dit artikel gaat over de vraag welke keuzemogelijkheden een leraar-Nederlands heeft als hij/zij ; zijn/haar positie moet bepalen t.o.v. drie categorieën van taalgebruiksnormen. Ook zal ik hier en daar trachten aan te geven wat, naar mijn schatting, het verschil kan zijn tussen zijn uiteindelijke keuze en die van de "burgerij". Verder worden de aard en de oorzaken van controversen op deze terreinen kort aangestipt.

In de laatste paragraaf doe ik een voorstel voor een samenwerkingsproject dat door leden van "de professie" d.w.z. taal(gebruiks)kundigen en leraren-Nederlands zou kunnen worden aangepakt.

7.0.1 Drie categorieën van taalgebruiksnormen

De leraar-Nederlands heeft in zijn onderwijspraktijk met verschillende soorten van taalgebruiksnormen te maken. Ze kunnen in drie categorieën worden onderverdeeld.

In de eerste plaats zijn er de normen die onder de noemer "correctheid" gebracht kunnen worden. Daarbinnen kunnen vier subcategorieën onderscheiden worden:

1.      normen op het gebied van de spelling;

2.      normen op het gebied van de uitspraak;

3.      normen op het gebied van het woordgebruik, b.v. betreffende "Was hij nou maar op tijd gekomen" (correct) vs. "Had hij nou maar op tijd gekomen" (incorrect);

4.      normen op het gebied van conventies bij tekstsoorten, b.v. met betrekking tot bepaalde, in zakelijke brieven te hanteren, formules.

De tweede categorie bestaat uit normen die op de zuiverheid van het Nederlands betrekking hebben. Deze normen hebben betrekking op de al-of-niet toelaatbaarheid van barbarismen (met name

i

Deze varianten worden niet telkens herhaald.

Nederlandse Taalunie