Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Voorzetten

U bent hier: start » voorzetten
Zoek naar
Voorzetten 27

Taalzorg: overheid en burger II
Redactie: G. Geerts, J. Renkema, H. Schenk [e.a.].
1990
172 pagina's

kundigen, en de leraren-Nederlands.

Om dezelfde redenen als in par. 7.4.1 zijn aangegeven zou "de professie" geen verscherpt norm-beleid moeten overwegen. Wel zou ze, naast haar vanzelfsprekende taak bij leerlingen en burgers interesse levend te houden voor goed taalgebruik, een nieuwe taak op zich kunnen nemen. Die zou zijn: leerlingen en het publiek op een begrijpelijke wijze in kennis brengen met de taalkundige en sociolinguïstische inzichten, die helderheid kunnen verschaffen over de aard en de achtergronden van de vele discussie- en twistpunten die hierboven kort werden aangeduid.

Taal(gebruiks)kundigen en organisaties van leraren-Nederlands zouden daartoe hun inzichten moeten coördineren.

Het produkt van zulk een samenwerkingsproject zou b.v. een voor het grote publiek toegankelijke publikatie of t.v.-presentatie kunnen zijn, en een bij het onderwijs-Nederlands te gebruiken module. Gunstige gevolgen van zulk een informatie-en leerstofbeleid zouden, op langere termijn, o.a. kunnen zijn, dat leerlingen en publiek wat genuanceerder, "completer" en met meer begrip voor afwijkende meningen hebben leren denken over "goed en slecht taalgebruik".

8 Prof. dr. S. Verrept

Mij een (taal)zorg? Behoeften en rol van bedrijven en andere organisaties i.v.m. het Nederlands7

Zijn gipsplaten agglomeraten of niet? Over die vraag wordt momenteel een proces gevoerd. Het gaat hier om veel geld. De betrokken firma heeft dan ook niet alleen een jurist maar ook een ingenieur en een taalkundige ingeschakeld. Hoe wordt "charcuterie fumée non amylacée" vertaald? Op zo'n manier dat dit in het hele Nederlandse taalgebied begrepen en aanvaard wordt? Want je kunt toch niet twee etiketten laten drukken.

Is deze bepaling helemaal waterdicht? Ze kan toch niet op verschillende manieren geïnterpreteerd worden, want dat mag echt niet.

Dit zijn een paar vragen waarmee ik de laatste tijd vanuit het bedrijfsleven werd geconfronteerd. De laatste, die over de

Zie over dit onderwerp ook "Dat ik voor niets goed ben?", te verschijnen in Ons Erfdeel, 1990.

Nederlandse Taalunie