Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Voorzetten

U bent hier: start » voorzetten
Zoeken naar:
Voorzetten 29

Moeilijkheden en drempels bij (TV-) co-produkties van de BRT en de Nederlandse publieke omroepen
G. Fauconnier, J.L.J. Janssen, C. Petes [e.a.]
1990
112 pagina's

VOORWOORD

De Nederlandse Taalunie, die culturele samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen wenst te stimuleren, constateerde dat het co-produceren van televisieprogramma's, waarvoor financiële middelen ter beschikking staan, tot meer grote en kleine problemen aanleiding gaf, dan nodig of gewenst leek. Daarom werd besloten tot een inventariserend onderzoek, dat verricht werd door het Centrum voor Communicatiewetenschap/KU Leuven en het Nederlands Persinstituut/Vakgroep Communicatiewetenschap/ KU Nijmegen.

Het eindresultaat van deze gemeenschappelijke inspanning ligt thans voor u. Het medialandschap verandert snel. Andere structuren, nieuwe uitdagingen, veranderende concurrentieverhoudingen en nieuwe tegenstellingen zijn min of meer bepalend voor media- en programmabeleid. Nieuwe technologieën, regels, beleidsvoeringen, consumptiepatronen en eigendomsverhoudingen bepalen de richting.

Meer samenwerking tussen diverse partijen wordt daarbij steeds vaker als mogelijkheid aangereikt om eventuele problemen het hoofd te bieden. Samenwerking van omroepen met externe producenten, samenwerking van omroepen onderling (bij voorbeeld per zender, Ned I en 'TV 2'), maar ook samenwerking door middel van co-produkties met internationale partners. Samenwerking binnen een taalgebied ligt hierbij voor de hand. De eigen Taal blijkt (zeker bij drama) een 'klantenbinder'. Bovendien wordt een produktie tussen de Nederlandse en de Vlaamse omroep - vanwege de talige en culturele aspecten -als een 100% 'eigen produkt' aangemerkt en is er financiële ondersteuning.

OmroepbeJeid tot nu toe is er vooral op gericht voorwaarden te creeëren waarvan men verwachtte dat zij het co-produceren zouden doen toenemen. Op een conferentie in 1987 werd geconstateerd dat ondanks die maatregelen, blijkbaar nog (onvoorziene) barrières meer samenwerking in de weg staan. Als een der conclusies werd uitgesproken dat mogelijke drempels opgespoord dienen te worden, vóórdat eventueel nieuw beleid geformuleerd kan worden. Het is deze conclusie, waar de Nederlandse Taalunie met dit onderzoek op inspringt.

Gekozen werd voor een kwalitatieve, interpretatieve onderzoeksmethode. Het is in eerste instantie belangrijker te achterhalen welke problemen er zijn, waar ze zitten en wat ze mogelijk betekenen, dan precies te weten door hoeveel personen de problemen worden gevoeld en hoe zwaar ze gewogen dienen te worden. Zowel bij de BRT als bij de Nederlandse omroepen werden een twintigtal betrokkenen geselecteerd voor een

Nederlandse Taalunie