Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Voorzetten

U bent hier: start » voorzetten
Zoeken naar:
Voorzetten 30

Belemmerende en bevorderende regelingen met betrekking tot het boekenverkeer in Nederland en België
G.W.J. Oosterholt
1990
136 pagina's

5.2. Vlaanderen

5.2.1. Creatie

Ook in Vlaanderen resp. België hebben regelingen op dit gebied veelal betrekking op creatie van literair werk. Het auteursrecht (en vooral de daarin vervatte exploitatierechten) gaat daaraan logisch vooraf en heeft bovendien een veel ruimer direct bereik; ook in de sfeer van realisatie en beschikbaarheid (verspreiding) van boeken doet het zijn invloed gelden. Naar analogie van de wijze van behandeling in 5.1.1. zal ook hier het auteursrecht in zijn geheel aan de orde worden gesteld.

Auteursrecht algemeen

De Belgische Auteurswet, die dateert van 22 maart 1886, werd wel beschreven als een "eerbiedwaardige dame" aan wie weliswaar "kleine schoonheidsfoutjes" zijn te ontdekken maar "een eeuw kon trotseren (...), omdat ze zonder uitzondering door de tijd worden achterhaald, en omdat ze zich slechts bezig hield met de grote principes die voor eeuwen gelden". (F. van Isacker in Honderd jaar auteurswet, p. 17, Antwerpen 1986 en Kritische synthese van het Belgische auteursrecht, Antwerpen, 1985 pag. XVII). "Grote liefde is oprecht en ziet ook de fouten", voegt Van Isacker eraan toe (Van Isacker, Antwerpen, 1985, pag. XVII). "Salve reverentia" hebben verschillende Belgische auteursrechtsgeleerden de afgelopen jaren een aantal tekortkomingen in het Belgische auteursrecht onder de loep genomen. Het spreekt in het kader van deze inventarisatie vanzelf dat juist deze gebreken wat meer op de voorgrond worden gesteld.

De Auteurswet 1886 kent een aantal exploitatierechten: het reproduktierecht, het publiek executierecht en het adaptatie-en vertalingsrecht.

Vooral deze bevoegdheden zijn van grote betekenis voor het boekenverkeer, al kunnen onder omstandigheden de uitoefening van de morele rechten van de auteur ook hun invloed doen gelden. De belangrijkste rechtsgrond van de wet van 1886 was geldelijk van aard; de auteur verdiende bescherming van zijn materiële belangen. Zoals reeds beschreven in de typering van het auteursrecht in 5.1.1., is deze toekenning van rechten om redenen van billijkheid tevens onontbeerlijk voor "de verhandelbaarheid van informatie". Vanuit dat economisch perspectief bezien, wordt wel beweerd dat een aantal kwesties niet of onvoldoende is geregeld. Bovendien is de bescherming van de auteur in het contractenrecht volgens velen niet toereikend. De volgende punten verdienen daarom

Nederlandse Taalunie