Belemmerende en bevorderende regelingen met betrekking tot het boekenverkeer in Nederland en België
G.W.J. Oosterholt
1990
136 pagina's
VOORWOORD
Het initiatief van de Nederlandse Taalunie en het Overleg van de Nederlandstalige Uitgeverij en Boekhandel (ONUB) om een onderzoek te laten verrichten naar de factoren die het onderlinge verkeer in het boekenvak tussen Nederland en Vlaanderen belemmeren, is prijzenswaardig. De resultaten geven reeds reden tot enige tevredenheid. Emoties die maar al te vaak het zicht vertroebelen wanneer het gaat om het grensoverschrijdend ver keer van boeken tussen Nederland en Vlaanderen, zijn achterwege gebleven. Stichting Speurwerk betreffende het Boek is er in geslaagd het boekenvak in het Nederlandse taalgebied op objectieve manier in kaart te brengen. De begeleidingscommissie die bestond uit deskundigen uit beide landen kijkt met genoegen terug op een degelijk maar vooral ook harmonieuze samenwerking.
In de laatste fase is op verzoek van het ONUB aan alle beroepsverenigingen in Nederland en Vlaanderen de gelegenheid gegeven het concept-rapport te becommentariëren. De begeleidingscommissie is hen dankbaar voor de zorgvuldige wijze waarop zij hetrapporthebbendoorgenomen. Gezienhaar eigen verantwoordelijkheid heeft de commissie niet alle voorstellen tot wijziging willen overnemen. De meeste zijn echter verwerkt en hebben veelal tot verheldering van de formulering en meer exacte weergave van de feitelijke situatie geleid.
De belangrijkste conclusie die uit het rapport kan worden getrokken is, dat het niet in de eerste plaats regelingen van overheden zijn die een soepel grensoverschrijdend verkeer in de weg staan. De feitelijke belemmeringen liggen in het vak zelf. Zij worden voornamelijk veroorzaakt door het feit dat de distributie en de promotie zowel in infrastructureel als in cultureel opzicht sterk van elkaar verschillen. Daar komt bij dat de organisatiegraad van het Vlaamse boekenvak wezenlijk afwijkt van die van het Nederlandse.
Een onbelemmerd verkeer van boeken zou in hoge mate worden bevorderd als de nationale overheden hun beleid terzake op elkaar zouden afstemmen én wanneer de uitgevers en distributeurs in beide landen het hele Nederlandse taalgebied als één markt zouden beschouwen en daar ook naar zouden handelen. Als zou blijken dat de Stichting Speurwerk en de begeleidingscommissie daartoe een bijdrage hebben geleverd, dan is hun werk niet voor niets geweest.
mei 1990 G.P.J. Schouten,