Gebruik, inhoud en effectiviteit van taal- en literatuurmethoden in Nederland en Vlaanderen
T. Janssen en B. Triesscheijn
1990
120 pagina's
BIJLAGE II: INTERVIEWLEIDRAAD
INTRODUCTIE
Achtergrond/aanleiding
Dit onderzoek wordt uitgevoerd ter ondersteuning van het werk van de Taakgroep Nederlands van de Nederlandse Taalunie. Deze Taakgroep is in het leven geroepen om voorstellen te ontwikkelen die de kwaliteit van het onderwijs Nederlands moeten bevorderen. Daartoe zal een rappport opsteld worden waarin een opsomming gegeven wordt van aandachtspunten op het gebied van het onderwijs Nederlands. Ons onderzoek moet een bijdrage leveren aan dat rapport.
Doel
Het onderzoek heeft ten doel het inventariseren van de belangrijkste knelpunten m.b.t. de inhoud van totaalmethoden Nederlands. Hieronder verstaan we methoden die een reeks vormen over de verschillende leerjaren heen en die daarbij de pretentie hebben volledig te zijn. Naast deze methoden heb je in principe geen andere boeken nodig. Het gaat om methoden die recent zijn verschenen en die in het betreffende onderwijs veel worden gebruikt. Om uw gedachten te bepalen op welke methoden wij doelen, hebben wij een overzicht toegevoegd van frequent gebruikte methoden. Aangezien ons onderzoeksterrein te omvangrijk is om volledig te behandelen (Vlaanderen èn Nederland, basis- èn voortgezet onderwijs), willen wij het interview toespitsen op het onderwijsterrein waarop u thuis bent (het basisonderwijs of het voortgezet onderwijs, in Nederland of in Vlaanderen). Zo nodig zal er een inperking plaatsvinden tot het vakonderdeel of de vakonderdelen waarin u deskundig bent. Op deze wijze hopen we in grote lijnen inzicht te verkrijgen in problemen die samenhangen met methoden Nederlands.
Middel
Een overzicht van de belangrijkste knelpunten zal worden
gegeven via literatuurstudie en via interviews met deskundigen
in Vlaanderen en Nederland, m.b.t. basis- en voortgezet
onderwijs.
Het interview bestaat uit 2 delen: A) een aantal algemene vragen
m.b.t. de inhoud van methoden en B) een aantal vragen over
de leerstof betreffende het vakonderdeel waarin u deskundig
bent. Over de leerstof worden steeds twee typen vragen gesteld:
een vraag over de feitelijke inhoud van methoden en een vraag