Gebruik, inhoud en effectiviteit van taal- en literatuurmethoden in Nederland en Vlaanderen
T. Janssen en B. Triesscheijn
1990
120 pagina's
2.2. Overzicht van de verzamelde literatuur
Voor Vlaanderen hebben we aanmerkelijk minder schoolboekanalyses gevonden dan voor Nederland. We vonden slechts zeven studies (voor Nederland 24): kennelijk worden er in Vlaanderen minder activiteiten ontplooid op het gebied van schoolboekanalyse dan in Nederland.
In tabel 17 presenteren we een overzicht van de studies die wij bijeenbrachten. In de tabel vermelden wij per studie:
1. Auteur(s) en jaar van uitgave;
2. Aard van de studie: een beschrijvende analyse of een classificatie op bepaalde kenmerken;
3. Het aantal methoden dat geanalyseerd is;
4. Het onderwijsniveau waarvoor de methoden bestemd zijn: LO = lager onderwijs, SO = secundair onderwijs. Waar mogelijk vermelden we hier ook de betreffende onderwijs-richtingen en leerjaren;
5. De motivatie voor de keuze van de geanalyseerde methoden. Gaat het om veelgebruikte, recente, vernieuwende methoden of zijn er nog andere criteria die bij de keuze een rol hebben gespeeld?
6. Het vakonderdeel of aspect dat onder de loep wordt genomen. Gaat het om een detailanalyse (bv. van het onderdeel 'stellen' of van vragen en opdrachten) of wordt de gehele methode op allerlei aspecten geanalyseerd? In het laatste geval gebruiken we de aanduiding "algemeen".
7. De aspecten of dimensies die bij de analyse onderscheiden zijn.
8. Conclusies: in de laatste kolom van de tabel hebben we genoteerd of de studie afgesloten wordt met algemene conclusies met betrekking tot de inhoud van methoden.
Uit de tabel is af te leiden dat de meeste schoolboekanalyses beschrijvend van aard zijn. In sommige gevallen zijn de beschrijvingen zeer uitvoerig, in andere gevallen wordt volstaan met een korte typering per aspect. Alleen Daems (1986) geeft een classificatie op een aantal kenmerken. Het aantal methoden dat bij de analyses betrokken is, varieert sterk (van 2 tot 46 methoden), evenals de schooltypen en leerjaren waarvoor de methoden bestemd zijn. Voor het lager onderwijs hebben wij slechts één studie gevonden (Daems 1986). Ter aanvulling hebben we gebruik gemaakt van een beschouwing van Pepermans, waarin deze vanuit zijn "beperkte kennis van schoolboeken" een aantal "persoonlijke indrukken" geeft over veelgebruikte, maar niet nader genoemde taalmethoden voor het lager onderwijs (Pepermans 1986).