Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Voorzetten

U bent hier: start » voorzetten
Zoeken naar:
Voorzetten 31

Gebruik, inhoud en effectiviteit van taal- en literatuurmethoden in Nederland en Vlaanderen
T. Janssen en B. Triesscheijn
1990
120 pagina's

wing en literatuur zijn hierbij nader besproken. In een enkel geval is aan twee deskundigen samen één interview afgenomen. Bijlage I bevat een lijst van respondenten.

De respondenten hebben de leidraad van tevoren toegestuurd gekregen, zodat zij zich op het gesprek konden voorbereiden. De gemiddelde gespreksduur is twee uur geweest. De gesprekken zijn op een cassetteband opgenomen. Elke respondent ontving een verslag van het interview en kreeg de gelegenheid dit verslag te autoriseren.

3.2. Knelpunten met betrekking tot methoden

In de interviews zijn verschillende aspecten van methoden ter sprake gekomen. Allereerst bespreken we de vakonderdelen mondelinge taalvaardigheid, stellen, lezen, literatuur, taalbeschouwing en spelling die met deskundigen nader besproken zijn. Aansluitend worden de andere onderdelen van de vragenlijst besproken, eerst voor het lager onderwijs daarna voor het secundair onderwijs. De nadruk ligt steeds op de mening van de deskundigen betreffende de wenselijke inhoud van methoden. Er wordt geen opsomming gegeven van hoe vaak een probleem door deskundigen is genoemd. Per aspect wordt steeds een samenvatting gegeven van de belangrijkste bezwaren of voorstellen ter verbetering die in de gesprekken aan de orde zijn gekomen. Voor zover van toepassing worden deze aspecten gerelateerd aan de uitkomsten van de schoolboekanalyses (zie hiervoor hoofdstuk 2).

Mondelinge taalvaardigheid

Wat betreft de mondelinge taalvaardigheid wordt gesteld, zoals ook uit het literatuuronderzoek in hoofdstuk 2 naar voren is gekomen, dat spreekvaardigheid in methoden voor het lager onderwijs zich voornamelijk beperkt tot uitspraak. Bij luistervaardigheid gaat het vooral om begrijpend (reproducerend) luisteren. Metbetrekking totditvakonderdeel worden verschillende wensen kenbaar gemaakt. Er moet meer variatie in gespreksvormen worden aangeboden (discussie, overleg e.d.). Er moet aandacht zijn voor communicatieve aspecten van spreken. Leerlingen moe ten leren spreken onder verschillende omstandigheden met verschillende doelen. Hetzelfde geldt voor de luistervaardigheid. Er moet aandacht komen voor luisterdoelen en -modus. Kritisch en beoordelend luisteren en luisteren in gesprekken moeten meer aan bod komen. Volgens de respondenten is er geen enkele methode die aan deze eisen voldoet.

Nederlandse Taalunie