Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Voorzetten

U bent hier: start » voorzetten
Zoek naar
Voorzetten 33

Taal en omroep
Redactie: L. Beheydt
1991
132 pagina's

keek nog 78% naar de BRT, in 1988 nog slechts 56% (2). Ongeveer de helft van dit buitenlandse kijkvolume ging wat verwacht kon worden naar de Nederlandse zenders: in 1988 bedroeg het Nederlandse aandeel in het Vlaamse televisiekijken 25,2% (3). Deze voorkeur is uiteraard het gevolg van het feit dat de Vlamingen op de Nederlandse zenders uitzendingen in de eigen moedertaal kunnen volgen. Maar toch is dit niet de hele verklaring. Uit de selectie van de programma's blijkt dat niet enkel de afwezigheid van de taalbarrière doorslaggevend was maar evenzeer en in stijgende mate het populaire aanbod van de Nederlandse zenders. Ingevolge de onderlinge concurrentiestrijd tussen de Nederlandse "vertroste" omroepzuilen gleed het aanbod daar meer en meer af naar amusement en fictie.

De honger van de gemiddelde kijker naar fictie en ludieke ontspanning bleek onverzadigbaar groot, en dit verklaart meteen waarom de tweede meest bekeken buitenlandse zender gedurende verscheidene jaren RTL was. Bij deze commerciële zender vond de Vlaming een quasi exclusief populair aanbod met vooral de nadruk op licht verteerbare fictie. RTL was het pretnet bij uitstek en de op gemakkelijke TV verlekkerde kijker kwam hier ruimschoots aan zijn trekken.

Verder in deze bijdrage zal trouwens aangetoond worden dat naar de overige anderstalige, buitenlandse zenders bijna uitsluitend voor fictie, spel en show werd overgeschakeld.

De BRT bleef niet onverschillig toekijken. De diagnose van de kijkersvlucht was overduidelijk, de therapie lag ook voor de hand: de BRT moest de populaire toer op. Nog vóór de VTM-periode dus werd de BRT al verontrust en voelde ze zich verplicht op zoek te gaan naar remedies om de kijkers terug te winnen.

Terecht rijst hier de vraag: vanwaar deze paniekreactie? Een gekrenkte omroep-trots kan slechts een gedeeltelijke verklaring zijn. Om financiële redenen hoefde de BRT evenmin naar de gunst van de kijker te dingen: de BRT was immers één van de laatste openbare omroepen in West-Europa zonder TV-reclame. M.a. w. de kijkdichtheid was niet van vitaal belang. In feite een ideaal model voor een openbare omroep... op één voorwaarde: de ter beschikking gestelde financiële middelen moesten toereikend zijn. En hier wrong het schoentje: de BRT heeft in de loop der jaren slechts een beperkt gedeelte (max. nooit meer dan 60%) van de opbrengst van het kijk- en luistergeld gekregen. In 1988 werd het aandeel verlaagd tot 51 % waardoor de BRT één van de "armste" omroepen van West-Europa werd. Met haar dotatie van 6 miljard BF in 1988 werd de BRT inderdaad stiefmoederlijk behandeld. Wanneer men een vergelijking maakt met het budget (1986!) van vergelijkbare omroepen: 9,7 miljard BF voor Denemarken (1 net); 14 miljard BF voor Zweden, 10,9 miljard BF voor Finland (2 netten) en 15,7 miljard BF voor Nederland (2 netten), dan komt de BRT er wel erg bekaaid van af (4).

De regering bepaalde jaarlijks opnieuw de grootte van de dotatie. Daardoor werd de BRT de speelbal van de goodwill van de politici. Bovendien had de toenemende politisering van de omroep en van de gehele Vlaamse samenleving een

Nederlandse Taalunie