Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Voorzetten

U bent hier: start » voorzetten
Zoeken naar:
Voorzetten 33

Taal en omroep
Redactie: L. Beheydt
1991
132 pagina's

DERTIG JAAR TAALPROGRAMMA'S OP DE TELEVISIE L. BEHEYDT (U.CLouvain)

De Vlaamse televisie heeft vrij laat de taal op haar programma gezet. De televisie was al zes jaar bezig toen de programmamakers in het seizoen 1959-1960 ontdekten dat men op een goedkope manier televisie kon maken over taal. Een taalquiz in de studio hoefde helemaal niet veel te kosten en dus werd de "Kwis van de Nederlandse Taal" geprogrammeerd. Deze quiz die in dat seizoen slechts een van de acht quizprogramma's was, was niet meteen een succes en werd het volgende seizoen al weer afgevoerd. In dat nieuwe seizoen werd het taaiprogramma dan over een andere boeg gegooid. Het spelprogramma werd vervangen door een didactisch programma: de eerste schuchtere "Teletaallessen" verschenen op het scherm. Die teletaallessen kwamen er in navolging van de Hilversumse televisie-taallessen van J. A. de Ridder. De vorige bestuursdirecteur informatie bij de BRT, Karel Hemmerechts was toen nog privé-secretaris van de directeur-generaal van de BRT, Van den Bussche en had de reputatie van onverbiddelijke taaltuinier. Hij vond het nodig om naar het voorbeeld van de noorderburen een programma over taal te maken. Gedreven door zijn taal-idealisme, dat toen binnenshuis bij de BRT al berucht was, achtte hij de tijd rijp om via het "machtige medium" de Vlaming taalbewuster te maken. Hemmerechts was bij de BRT de scherprechter in taalaangelegenheden: met zijn gevreesde blauwe brieven maakte hij omroepers en nieuwslezers voortdurend attent op verkeerde uitspraak, foute zinswendingen en onjuist woordgebruik. Zijn norm was het gesproken Nederlands zoals dat boven de Moerdijk te horen was en het is dan ook niet te verwonderen dat de eerste "Teletaallessen" van de Vlaamse televisie voor de helft bestonden uit overgenomen materiaal van de Hilversumse televisietaallessen. J.A. de Ridder behandelde gedurende een kwartier het Noordnederlands, terwijl K. Hemmerechts in zijn kwartiertje het Zuidnederlands behandelde. De titel van de "Onze arme rijke taal" was veelzeggend voor de teneur van het programma, dat overigens na één seizoen al aan vernieuwing toe was. In het seizoen 1962-1963 werd het overgenomen door Leo Somers die met Emmy Cassiman en Wim de Geest het experiment verderzette. De vernieuwde Teletaalles werd een wekelijks taalhalfuurtje op woensdagavond dat liep onder het motto "Beter Nederlands voor iedere kijker". Het programma had aanvankelijk een vrij breed spectrum. Er waren interviews, b.v. met Dr. Paardekooper, er was een informatief gedeelte over de oorsprong en de techniek van de taal, er was een rubriek over woorden en er was het uitspraakteam. De rubriek over woorden werd verzorgd door taaltuinier Maarten van Nierop. Onder de titel 'Woordjes sprokkelen' leverde hij maandelijks commentaar bij nieuwe en opmerkelijke woorden.

Het commentaar dat Van Nierop leverde betrof altijd woordjes die hij hier en daar had opgevangen in de media of genoteerd bij lectuur. Het ging daarbij vaak om nieuwe woorden (ratan, tiener, nozem), schertsvormingen (beeldbuizerd, beeldbuis, vurrukkulluk, keuvelheren) nieuwe ontleningen (kien, king-size), Noord-

Nederlandse Taalunie