Taal en omroep
Redactie: L. Beheydt
1991
132 pagina's
IETS OVER DE WOORDENSCHAT VAN HET NOS-JOURNAAL
P.G.J. van Sterkenburg, INL en R.U. Leiden
1 Inleiding
In de periode 1987 tot heden verrichtte ik onderzoek naar de woordenschat van zowel NOS-Joumaal als Jeugdjournaal. Dit onderzoeksobject koos ik vooral vanuit de vooronderstelling, dat daarin niet-dialectisch gekleurde standaardspreektaal te betrappen zou zijn. Die spreektaal is immers broodnodig bij de opbouw van een representatief corpus van twintigste-eeuws Nederlands door het Instituut voor Nederlandse Lexicologie te Leiden. Dit instituut is sedert de jaren zeventig doende met de inrichting van een taaidatabank op grond waarvan o.a. woordenboeken geschreven kunnen worden. De corpora van hedendaags Nederlands, die in die taaidatabank ondergebracht worden, moeten zich onderscheiden van andere materiaalverzamelingen als bijvoorbeeld die van het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT), dat omstreeks de eeuwwende, na circa 150 jaar, aan hetzelfde Instituut voltooid zal worden. Van het WNT nu mag in elk geval gezegd worden, dat het geen spreektaal beschrijft. Hiermee vellen wij impliciet een oordeel over de systematische aanwezigheid van spreektaal varianten in de algemeen verklarende woordenboeken van het Nederlands. Deze baseren zich immers alle in meer of mindere mate op het WNT.
In mijn eind 1989 bij de SDU te 's-Gravenhage verschenen studie Taal van het Journaal. Een momentopname van hedendaags Nederlands sta ik uitvoerig stil bij de aard van de lexicale feiten die in het Journaal voorkomen. In deze bijdrage zal ik niet beknopt herhalen wat daar werd uitgestald. Ik geef er de voorkeur aan hier een aantal van de in mijn studie aangestipte zaken te expliciteren en te contrasteren. Dat laatste doe ik vooral door een vergelijking op onderdelen tussen het Journaal voor volwassenen en het Jeugdjournaal. Die vergelijking is thans op een minder impressionistische wijze mogelijk dan ten tijde van de afronding van het manuscript van mijn bovengenoemd boek in augustus 1989. Sedert half december 1989 heb ik namelijk de beschikking over gedigitaliseerd materiaal van het Jeugdjournaal uit 1987, 1988 en de eerste helft van 1989.
2 Aard van het lexicale materiaal in het NOS-Journaal
De taal waarin het nieuws gerapporteerd wordt, is eenvoudig, alledaags en neutraal. Men mag die taal zelfs in sterke mate monotoon en clichématig noemen. Maatschappelijke differentiatie, vaktaal of jargon zijn amper aanwezig. De taal van de televisiemaker en die van de weerman vormen boeiende uitzonderingen. Weinig echt moeilijke woorden komen in de berichten van het Journaal voor,