Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Voorzetten

U bent hier: start » voorzetten
Zoek naar
Voorzetten 33

Taal en omroep
Redactie: L. Beheydt
1991
132 pagina's

WOORD VOORAF

Niettegenstaande het overrompelende taalaanbod van radio en televisie is er vooralsnog zeer weinig systematisch onderzoek gedaan naar het gebruik van de taal in de omroep.

Het mag op zichzelf welhaast merkwaardig heten dat er aan de universiteiten geen departementen mediataalwetenschap bestaan, terwijl departementen literatuurwetenschap vanzelfsprekend lijken.

Toch wordt er meer naar de radio geluisterd en televisie gekeken dan literatuur gelezen. De invloed van de omroeptaal zal dan ook wel groter zijn dan de invloed van de literaire taal. Maar waaruit die invloed bestaat en hoe belangrijk die is, daar weten we vooralsnog zeer weinig over. Zelfs o ver de kenmerken van de omroeptaal is nauwelijks iets bekend. Evenmin beschikken we over onderzoeksresultaten betreffende de normerende invloed van de omroeptaal.

Bij dit al wordt toch van de Nederlandse Taalunie verwacht dat zij beleid voert op het gebied van de massamedia, door initiatieven te nemen die de integratie op het gebied van de Nederlandse taal en letteren bevorderen (artikel 5d). Voorwaar geen sinecure. Hoe kan men beleid voeren als het gebied waarop men beleid moet voeren niet in kaart gebracht is. Erger nog, als wat over het gebied bekend is onsamenhangend, fragmentair en contradictorisch is. Dat is namelijk het geval met het gebied van 'taal en omroep'.

Wat we weten is fragmentair. Voor het Nederlands is er voorlopig alleen een verkennend onderzoek over de woordenschat van het Journaal bekend. Deze studie van één soort hedendaagse Noordnederlandse omroeptaal die dan nog de ruime titel Taal van het Journaal (1989) meekreeg is van de hand van één van de medewerkers aan deze bundel, P.G.J. van Sterkenburg. En al kan deze studie'een zekere representativiteit niet ontzegd worden', hij biedt beslist geen volledig beeld van de omroeptaal. De taal van de reclame, het politieke taalgebruik, de taal voor de jeugd, de taal van de televisieseries, dat alles blijft buiten het vizier.

Al even fragmentair zijn de feitelijke gegevens betreffende de normatieve ingesteldheid van de omroep, de normerende invloed van de mediataal en de attitude van het publiek ten opzichte van de omroeptaal. Er is weliswaar enig sociolinguïstisch attitude-onderzoek gedaan betreffende de acceptatie van de mediataal in Vlaanderen (K. Deprez 1988 Naar een eigen identiteit), maar meer dan dat is er niet voorhanden. Niemand heeft zich ooit beziggehouden met de kijker- en luisteraarsreacties op het taalgebruik in de omroep zoals die nagenoeg dagelijks in lezersbrieven verschijnen. Ook in dat opzicht is het weten fragmentair.

Bovendien is wat we weten vaak impressionistisch en contradictorisch. Zo leest men zowel de opvatting dat de taal van het journaal clichématig, stereotiep en vervlakkend is, als de opvatting dat die taal snel veranderend, creatief, ja zelfs losgeslagen is.

Nederlandse Taalunie