Taal en omroep
Redactie: L. Beheydt
1991
132 pagina's
Taal en omroep. Een schets van de evolutie in het taalbeleid van de Vlaamse Openbare Omroep
L. VANPOECKE - H. VAN DEN BULCK (K.U.Leuven)
O. Inleiding
Wanneer zij spreken over de relatie tussen de media en de taal citeren communicatiewetenschappers graag de uitspraak van Nietzsche 'Schweinedeutsch-Verzeihung, Zeitungsdeutsch' (cf. Dovifat en Wilke, 1976: 158). Deze uitspraak is te verklaren uit het feit dat tot in de 19de eeuw de literaire boekentaal de norm was. Sindsdien is er heel wat veranderd en, alhoewel nog steeds geklaagd wordt over de manier waarop in de media de taal soms geweld wordt aangedaan, is er momenteel een consensus om de positieve en cruciale rol van de media, in het bijzonder van de omroep, t.o.v. de taal te onderstrepen. De taalvariëteit die in de massamedia en meer bepaald in de omroep, gebruikt wordt is, zo wordt gezegd, veelal de standaardtaal. Door de belangrijke functies die de media vervullen, zal de taalgebruiker voor zijn taalnormbewustzijn zich veeleer oriënteren op de taal die in de massamedia gebruikt wordt dan wel op de literaire taal, waarbij de omroeptaal zelf vaak gezien wordt als de belichaming van de standaardtaal. En het is inderdaad zo dat de taal die in de massamedia gebruikt wordt een goede registratie biedt van de ontwikkelingsfase waarin een taal zich bevindt en het massamediaal taalgebruik derhalve een belangrijke rol speelt in het vastleggen en veranderen van de taainormen. Daarbij komt nog dat de media -met de omroep op kop- tevens van belang zijn, indien al niet voor de verspreiding van het gebruik van de standaardtaal, (1) dan toch voor het feit dat ze de taalgebruiker in contact brengen met deze taalvariëteit en hierbij een positieve houding t.o.v. de standaardtaal aankweken (cf. voor dit alles o.m. Weinrich, 1980, Bell, 1983, Snow, 1983: 137-138).
De media zijn zich van dit alles vaak bewust, zoals ze zich ook vaak bewust zijn van het feit dat de taal niet alleen een communicatiemiddel, maar ook een symbool, ja dikwijls het symbool is van de gemeenschap waar ze zich toe richten. Vandaar dat de media vaak een taalbeleid voeren, waaruit kan worden afgelezen hoe het medium deze gemeenschap ziet en welke rol het zichzelf toebedeelt t.o.v. deze gemeenschap.
In dit artikel willen we de evolutie schetsen van het taalbeleid dat de Vlaamse openbare omroep na W.O.II heeft gevoerd, waarbij we ons hebben laten inspireren door het pionierswerk van Leitner (1980,1983, 1985). Uit deze schets zal blijken dat de Vlaamse Openbare Omroep steeds sterk de klemtoon heeft gelegd op de standaardtaal (het zogenaamde Algemeen (Beschaafd) Nederlands) als de te gebruiken taalvariëteit. Vooraleer we echter aan ons concreet verhaal beginnen, zouden we nog eerst het theoretisch kader willen aangeven waarin we zullen werken.