Literatuur ingeblikt
1991
64 pagina's
3 Openingstoespraak van de heer Oscar de Wandel, Algemeen Secretaris van de Nederlandse Taalunie
Literatuur ingeblikt duidt niet, zoals de titel misschien laat vermoeden, op een nieuw procédé voor het beschermen van uw en ons boekenbezit tegen de verzuring van het papier. De beeldspraak is afgeleid van het gebruik om rollen beelddragers in blikken dozen te stoppen. In vele opzichten is dit een wat verouderd beeld. Het blik is immers vaak vervangen door plastic en een volledige speelfilm zit nu in een doosje dat kan opgeborgen worden in een doorsneedamestasje of in de binnenzak van een herenpak.
Het inblikken heeft in de mediawereld nog een betekenis, namelijk de gedachte van het vastleggen en het opbergen van gegevens, al dan niet met het oog op latere uitzending. Jaren lang werden beeld en geluidsdragers ter aanvulling van het boek gebruikt om ons cultureel erfgoed voor het nageslacht vast te leggen. De registratie van een theaterproduktie of de stem van een auteur die leest uit eigen werk, geven meer informatie over hoe het was dan het gedrukte woord vanuit de bladspiegel kan oproepen.
De literatuur werd en wordt bij ons met gepaste eerbied vastgelegd opdat het nageslacht er kennis kan van nemen, dit in tegenstelling tot de gewoonte in onder meer de Verenigde Staten waar het reeds lang schering en inslag is dat pro-duktiehuizen de rechten van literaire werken kopen om daarna te knippen en te plakken tot er voor de media-industrie een bruikbare "hapklare brok" overblijft.
Slechts zeer sporadisch was het in de Nederlandstalige regio gebruik om een literair werk als uitgangspunt te nemen voor een gedramatiseerd mediaprodukt. Achter een dergelijke keuze stak meteen de heimelijke hoop dat het dramatiseren van een literair werk leesbevorderend zou werken. In uw conferentiemap vindt u de samenvatting van de resultaten van een onderzoek naar bovengenoemde nevenverschijnselen bij het verfilmen van een literair werk dat door de Katholieke Universiteit van Brabant in opdracht van de Nederlandse Taalunie werd uitgevoerd.
De conclusies spreken voor zich en ik denk dat het zinvol is dat u deze in uw verdere discussies meeneemt.
Een literair werk zonder meer ondergeschikt maken aan de kunstvormen radio, televisie of film, ligt bij de auteurs en hun trouwe lezers zeer moeilijk.
De weerstand tegen het bewerken, inkorten en omwerken van cultureel belangrijk erfgoed was en is nog in brede kringen erg groot. Men waakt erover of de regisseur wel de geest van het werk respecteert, de visie van de auteur eerbiedigt, de dialogen uit het boek geen onrecht aandoet.
Ik denk evenwel dat deze terughoudende visie eigenlijk dateert uit de tijd toen wij nog zwart/wit keken en wij op de radio meer zenders konden ontvangen dan op de kabel.