Literatuur ingeblikt
1991
64 pagina's
4 Inleiding door de voorzitter Fons Rademakers
"Literatuur ingeblikt". Een wat merkwaardige titel. "Ingeblikt" is in een doos gestopt en deksel erop; "poppetje gezien, kastje dicht", en dat lijkt mij nu juist het tegendeel van wat ik aanneem dat de inleiders van radio, televisie en film vandaag zullen beweren en verdedigen.
Literatuur is een eigen fenomeen en puristen in Nederland zijn geneigd, te zeggen dat literatuur niets van doen heeft met andere disciplines. Natuurlijk hebben ze ongelijk. Van Sophocles en Aristophanes, via Shakespeare en Molière tot Tennessee Williams, om er enkele te noemen, zij allen hebben literatuur bedreven, die vaak in het gestalte krijgen op het toneel, in de vorm van theater, haar beste uitdrukking vond, of het best tot haar recht kwam. Soms, zoals u allemaal weet, ook helemaal niet! En mama, die door haar slechte ogen niet meer lezen kon en voorgelezen werd door haar zoon - een onhollands tafereel, maar in Frankrijk en zeker in Italië voorstelbaar - kreeg de literatuur ook anders toegediend dan door eigen lezing. Dus wat zou er fout zijn - ik geef hiermee nog steeds antwoord aan de puristen - om bijvoorbeeld te spreken over literatuur en film? De relatie tussen literatuur en film is een zeer nauwe en en een zeer innige. In ieder geval zijn het twee vormen die elkaar de laatste eeuw stimuleren en bevruchten. Een roman "verfilmen" is geen juiste terminologie, want dat kan praktisch niet; je verfilmt een scenario, wat voor dat doel is geschreven. Een film is eerder "gebaseerd" op een roman, "een variatie op hetzelfde thema". Het is misschien interessant, hier na te gaan hoe vaak film zijn toevlucht neemt tot een bestaand literair werk. Ik heb de volgende cijfers van Dorothee Verdaasdonk gekregen, die dat serieus heeft nageplozen. In Nederland is 5 5% van de gemaakte films op literatuur gebaseerd en 45% niet. In Europa in het algemeen zijn die percentages 60 en 40. In de Verenigde Staten is 75% op bestaand werk gebaseerd. Het gaat daarbij niet alleen om literair werk, maar ook om gedrukte geschriften.
Is zo'n film nou gunstig of ongunstig voor de schrijver en z'n uitgever? Als ik een paar voorbeelden uit eigen ervaring mag geven: in 1962 draaide de film Als 2 druppels water'm de bioscopen, een film die gebaseerd was op de roman De donkere kamer van Damocles van Willem Frederik Hermans. De titel was overigens een suggestie van Hermans, die ook vond dat film en roman eerder een variatie zijn op hetzelfde thema. De titel van die film was dus expres veranderd. In die tijd kwam ik op kantoor bij de uitgever Geert van Oorschot en zag zijn kantoor volgepropt met gebonden exemplaren van die roman. De oplage was toen in enkele maanden van nog geen 4.000 naar 60.000 gegaan. Het ging daarbij om een gebonden, duur boek.
Toen in 1976 de film Max Havelaar draaide, hebben én Van Oorschot én Bert Bakker én Elsevier en nog anderen het boek weer uitgegeven; het stond maandenlang op de bestseller-lijsten en een uitgever zei mij: er zijn in deze maanden meer 'Max Havelaars' verkocht dan in de eeuw ervoor. Dat is toch aardig. Zie nu wat de enquête van Dorothee Verdaasdonk uitwees, zoals ik zondag van haar hoorde: een film die op een boek gebaseerd is, blijkt - omdat filmen duur is - een zeer kostbare promotie te zijn voor een boek. Bij bijna al die boeken stijgt in Nederland de oplage gemiddeld met zo'n 40.000 exemplaren. Maar nu het droevige voor de filmmakers: die boekkopers worden helaas niet automatisch ook filmkijkers. En de mensen die de film gezien hebben, laten het over het alge-