Literatuur ingeblikt
1991
64 pagina's
daarom steeds moeilijker worden om Nederlandstalige produkten te produceren. Dat kan alleen nog als de Nederlandstalige deelmarkt een sterke eigen identiteit kan behouden én die identiteit herkenbaar kan maken op die grotere markt.
We zullen er niet alleen voor moeten zorgen dat we onze eigen taal en cultuur blijven behouden, we zullen er ook voor moeten knokken om met onze culturele produkten een plaats op die Europese markt te veroveren. Daarvoor is het nodig om krachten te bundelen, om die produkten die de potentie bezitten om ook in het buitenland als Nederlandstalige cultuur herkend en erkend te worden zoveel mogelijk te belichten.
Daarom spelen, naast vertalingen, ook verfilmingen en televisiebewerkingen van onze beste literaire werken in de toekomst een nog belangrijker rol dan nu reeds het geval is.
Co-produkties tussen Vlaanderen en Nederland liggen op dit terrein voor de hand. En het zou mijns inziens geen slecht idee zijn om naar eenvoudige maatregelen te zoeken die dergelijke samenwerkingen die bovendien uitgevers- en film- en omroepactiviteiten op elkaar afstellen, stimuleren. Misschien zou de Taalunie op dat gebied goed werk kunnen doen. Maar ik kom dan vooral graag even terug bij de minister van WVC. Terecht maakt zij zich sterk voor een speciale positie voor de cultuur binnen het EEG-verdrag. De zogenaamde minderheidstaalgebieden moeten daarin bescherming krijgen om te kunnen overleven. Er zal voorkomen moeten worden dat ook in de culturele sector een Europese markt gecreëerd wordt die uiteindelijk alleen ruimte laat voor produkten die in de gehele markt afgezet kunnen worden. Op ons terrein alleen Engelstalige produkten dus. Het is daarom zeer bedenkelijk dat de Nederlandse staatssecretaris voor buitenlandse zaken, de heer Dankert, zich juist tegen zo'n aparte regelgeving heeft uitgesproken. Het comité dat zich inzet om hem van gedachten te doen veranderen verdient mijns inziens onze steun.
5.3 Inleiding over film door de heer Jean-Pierre De Decker
Op dinsdag 13 november verscheen in een vooraanstaande Vlaamse krant het volgende artikel: "Auteur Jef Geeraerts wil niet langer met regisseur Domini-que Deruddere en producent Erwin Provoost samenwerken voor de verfilming van zijn roman Gangreen. Geeraerts gaat niet akkoord met de manier waarop Deruddere de roman tot een scenario wil verwerken". En het artikel wordt afgesloten met een uitspraak van Geeraerts zelf: "Ik heb begrepen dat Deruddere niet meer van plan is zich te houden aan een scenario dat gebaseerd is op deze roman. Dit is een inbreuk op de stipulaties van het desbetreffende filmcontract. Omdat bovendien de film die hij beweert te zullen maken met Gangreen helemaal geen uitstaans meer heeft, zie ik bij deze af van het contract".
Ik wil graag dit stukje filmroddel als uitgangspunt nemen voor een korte uiteenzetting en hopelijk aanzet voor enige discussie rond het thema "Literatuur ingeblikt", wat ik overigens een nogal tendentieuze titel vind. Ingeblikt doet me denken aan het steriliseren of diepvriezen van een produkt en dat lijkt me een nogal