Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Voorzetten

U bent hier: start » voorzetten
Zoek naar
Voorzetten 35

Literatuur ingeblikt

1991
64 pagina's

6 Samenvattingen van de voorzitters van de middagzittingen / slotwoord van de voorzitter

6.1 Samenvatting van de discussie in de Werkgroep Radiodrama door mevrouw Coby Bordewijk

Het panel dat zich heeft beziggehouden met radiodrama en hoorspel heeft geprobeerd de discussie te structureren rond drie punten. In de eerste plaats betrof dat het punt waarover het meest gepraat wordt als het om bewerkingen gaat: in hoeverre moet j'e recht doen aan het literaire werk, in dit geval de roman die tot hoorspel wordt bewerkt? In de tweede plaats kwam de vraag waarom eigenlijk bewerkt wordt; wat is het doel van het bewerken? In de derde plaats -heel belangrijk voor het hoorspel - kwam de vraag hoe je het hoorspel kunt stimuleren en verder kunt uitbreiden.

Ter zake van het recht doen aan het literaire werk kwam er, niet verbazingwekkend, uit wat vanochtend ook al in de inleidingen is gezegd. Er is sprake van een spanning tussen aan de ene kant het dicht bij het originele werk willen blijven -naar mijn mening kenmerkt vooral het hoorspel zich door een groot respect voor het literaire werk - en aan de andere kant de noodzaak om in een ander medium te vertalen. Daarna kwam de discussie over de vraag of alles bewerkbaar is tot hoorspel. Daarover liepen de meningen enigszins uiteen. Een van de panelleden vond dat alles in principe bewerkbaar is. Als je ervan uitgaat dat hoorspel niet alleen met klank, stem en dialogen te maken heeft, maar ook in andere verklankingen kan worden uitgewerkt, is alles in principe bewerkbaar. Dit neemt echter niet weg dat voor een ander panellid gold dat door hem wel eens een bepaalde opdracht geweigerd is, omdat hij vond dat het desbetreffende werk niet tot hoorspel te bewerken was. Men was het er echter over eens dat in principe alles bewerkbaar is.

Inzake het doel van het bewerken - waarom bewerken wij eigenlijk en waarom willen wij dat - kwam als grootste unanimiteit naar voren dat de eigen creativiteit van de bewerker voorop staat. Vanuit een fascinatie voor een bepaalde roman of een ander literair werk wordt hij gedreven om daar een hoorspelbewerking van te maken. Een neveneffect is dat het publiek daardoor misschien gestimuleerd wordt om nu ook eens de romans zelf te gaan lezen. Maar wij denken dat dit een neveneffect is; de meest in het oog lopende drijfveer voor bewerkers was naar de mening van de werkgroep de fascinatie voor een bepaald werk. Men wil creativiteit ontwikkelen en de uitdaging aangaan om van het ene medium naar het andere te bewerken.

Bij de behandeling van de vraag hoe het hoorspel verder gestimuleerd kon worden, heb ik allereerst een andere vraag aan de orde gesteld, namelijk: moet het hoorspel wel gestimuleerd worden? Ik wilde eens kijken of er mensen aanwezig waren die vonden dat dit helemaal niet nodig was, terwijl het panel natuurlijk riep: ja, het hoorspel moet gestimuleerd worden. Hier kwam uit dat in elk geval de vraag wel zinvol was. Is het hoorspel immers niet verouderd, wordt het niet een beetje gesauveerd en wordt niet met alle macht geprobeerd om het in leven te houden? Waarom zou je eigenlijk niet, als je zo dicht bij de literatuur wilt blij-

Nederlandse Taalunie