Literatuur ingeblikt
1991
64 pagina's
BIJLAGE 1
Lezing door prof. dr. Thomas Doherty, Brandeis University, Massachu-setts
Hollywood en Vietnam zijn van het begin af aan met elkaar verweven geweest. Het beste bewijs hoe gevoelig de Vietnam-soldaat is voor de media is wel de film Born on the fourth ofJuly. Deze film was tegelijkertijd een persoonlijke herinnering aan de oorlog, kritiek op de manier waarop in Hollywood gevechtshandelingen werden verfilmd en een Vietnam-versie van het klassieke Holly-wood-thema van "de veteraan die thuiskomt". En bovenal betekende de film het hoogtepunt in de rehabilitatie van de man op wiens leven hij is geïnspireerd en die ook aan het scenario meewerkte, Ron Kovic, de vanaf zijn middel verlamde anti-oorlogsactivist en autobiograaf.
Born on the fourth ofJuly vertelt meer nog dan Platoon het verhaal van een persoonlijke overgangsrite, waarbij alle mogelijkheden die het oorlogsverhaal biedt worden uitgebuit. (Niet voor niets heeft de populaire autobiografie van Kovic, die in 1976 verscheen, zich een vaste plek verworven op boekenlijsten van studenten.) De film volgt, zij het niet in chronologische volgorde, de bekende weg van onschuld (de rekrutering) via ervaring (de oorlog) naar kennis (de ontgoocheling). Maar net als Vietnam een breuk betekende in Amerika's onbezoedelde oorlogsverleden, brachten de verhalen over de strijd in Vietnam een verandering teweeg in een lange literaire traditie. Zo zien we bijvoorbeeld een zelfbeeld dat neigt naar afzondering en catatonie, een verbitterde toon, een gevoel voor het surrealistische, en de geest van de rock'n'roll. Maar één ding valt onmiddellijk op. In de Vietnam-verhalen is de ontgoocheling niet het gevolg van morele inzichten maar vooral van inzicht in de media, van het plotselinge besef dat de werkelijke strijd heel wat anders is dan de strijd op het scherm. Net als de Vietnam-films gaan vrijwel alle boeken over Vietnam uit van een Hollywood-achtig idee van wat oorlog is en zo worden de gevechten vervolgens ook beschreven.
Dat is iets nieuws. Neem bijvoorbeeld het verhaal van Audie Murphy, de beste illustratie van de vreemde band tussen Hollywood en het fenomeen oorlog. Deze Texaan met zijn baby-face, de meest onderscheiden veteraan uit de Tweede Wereldoorlog, werd na de oorlog dank zij zijn heldenmoed en de publiciteit in het blad Life een ster van het witte doek. In de film over zijn leven, To heil and back (1955), speelt Murphy zijn oorlogsbelevenissen nog eens na, met inbegrip van het huzarenstukje dat hem een medaille van het congres opleverde, een heldhaftig gevecht boven op een brandende tank, een ervaring die psychologisch en metafysisch gezien de verbeelding tart. Maar voor Murphy zelf, en voor de meeste verhalen over de Tweede Wereldoorlog, waren beelden uit oorlogsfilms nooit het uitgangspunt. In zijn boek To heil and back uit 1949 vertelt Murphy, in een van de weinige herinneringen aan zijn jeugd, over een grijze veteraan uit de Eerste Wereldoorlog, die kleine jongetjes vermaakte met verhalen over gifgas en mitrailleurs:
"Die middag in Texas was ik met de veteraan uit de Eerste Wereldoorlog meegegaan naar het veld. De zon brandde en de rijen katoenplanten leken