Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Voorzetten

U bent hier: start » voorzetten
Zoek naar
Voorzetten 36

Het niet-universitair onderwijs Nederlands in de grensgebieden (Nedersaksen, Noordrijn-Westfalen en Frans-Vlaanderen)

1992
116 pagina's

2. Plenaire openingszitting

2.1. Opening

O. de Wandel, Algemeen Secretaris van de Nederlandse Taalunie

Het is mij een groot genoegen u welkom te mogen heten op deze Algemene Conferentie van de Nederlandse Taal en Letteren. Velen van u, ik denk vooral aan de deelnemers uit Duitsland, hebben een lange reis moeten maken om hier aanwezig te kunnen zijn. Ik stel hun inspanning zeer op prijs.

Van de gemeente Kortrijk hebben wij bij de organisatie van deze conferentie enorm veel medewerking ontvangen. Daarom wil ik in het bijzonder de Schepen van Cultuur van Kortrijk hier welkom heten en hem verzoeken aan het College van Burgemeester en Schepenen mijn dank over te brengen voor de inspanningen die door de gemeentelijke diensten zijn verricht voor de organisatie van deze conferentie.

De Algemene Conferentie wordt, zoals u weet, jaarlijks door de Nederlandse Taalunie georganiseerd. Eens in de drie jaar wordt tijdens de Algemene Conferentie aandacht besteed aan het buitenlands beleid van de Nederlandstalige cultuur. Ruim vijfjaar is de Nederlandse Taalunie reeds als verantwoordelijke instantie betrokken bij het beleid ten aanzien van het universitair onderwijs Nederlands in het buitenland. Het is de Taalunie gelukt om in die periode, ondanks de bescheiden financiële middelen die Nederland en Vlaanderen aan de Nederlandse Taalunie beschikbaar stellen, die vormen van onderwijs Nederlands in het buitenland een flinke impuls te geven. Dat heeft onder meer geleid tot het instellen van nieuwe vakgroepen Nederlands aan een vijftiental universiteiten in het buitenland.

Ik ben mij ervan bewust dat in vergelijking daarmee de betrokkenheid van de Nederlandse Taalunie bij het niet-universitair onderwijs van het Nederlands in het buitenland alsnog bescheiden is te noemen. Dat is zeker niet het gevolg van gebrek aan belangstelling. Integendeel, het onderwijsveld is immers een groot raderwerk waarin universiteiten, lerarenopleidingen, regulier onderwijs en vrije cursussen als toeleveringsbedrijven van menselijk materiaal en ideeën elk hun eigen plaats hebben. De bescheiden betrokkenheid is voornamelijk het gevolg geweest van het gebrek aan gegevens over deze vormen van onderwijs. Natuurlijk waren vele initiatieven bekend bij de Taalunie, maar een systematische inventarisatie bleek nodig om een juist beeld te krijgen van het veld.

Het resultaat van een dergelijke inventarisatie heeft u aangetroffen bij de conferentiedocumenten1. Het door de Universiteit van Amsterdam in opdracht van de Nederlandse Taalunie uitgevoerde onderzoek bevat vele waardevolle gegevens. Natuurlijk ook gegevens die, omdat de inventarisatie een momentopname is, nu alweer gedateerd zijn. Blijkens onze eigen informanten in het buitenland bevat de rapportage ook enige onnauwkeurigheden. U moet het zien als de eerste aftastende poging om adequate informatie te verzamelen. Zoals een Chinese wijsgeer ooit zei,

1 Bol, G., en Weers, M., Niet-universitair onderwijs Nederlands buiten Nederland en Vlaanderen; Nederlandse Taalunie, 's-Gravenhage, 1991.

Nederlandse Taalunie