Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Voorzetten

U bent hier: start » voorzetten
Zoek naar
Voorzetten 36

Het niet-universitair onderwijs Nederlands in de grensgebieden (Nedersaksen, Noordrijn-Westfalen en Frans-Vlaanderen)

1992
116 pagina's

2.2. Inleiding

R. Willemyns, Conferentievoorzitter

Het onderwerp dat vandaag aan de orde is, is ongewoon en ongebruikelijk. Het is nieuw in de geschiedenis van de Algemene Conferenties, het is ongewoon in de Nederlandse Taalunie en het is ongebruikelijk in de zogenaamde Neerlandistiek extra muros. Met de universitaire Neerlandistiek in het buitenland hebben al velen zich beziggehouden, althans met woorden. Hoe het met het Nederlands buiten de universiteit zit, was tot nog toe voor weinigen een aandachtspunt. Er 'zit' natuurlijk ook niet zoveel Nederlands buiten de universiteit in het buitenland: u kunt een gedeeltelijke opsomming vinden in het rapport1 dat op last van de Nederlandse Taalunie werd gemaakt. Wanneer we daar alleen het Nederlands als vreemde taal bekijken en dan ook nog eens Franstalig België aftrekken, dan blijft er, naast wat hier vandaag ter discussie staat, maar beschamend weinig over.

Met Franstalig België houden we ons vandaag niet bezig, maar alvorens we het verder aan zijn lot overlaten, wil ik er toch even aan herinneren dat, zowel op het universitaire als op het niet-universitaire gebied, nergens ter wereld zo velen Nederlands leren en/of zich met Nederlands bezighouden als precies daar. Dat geldt uiteraard procentueel maar, denk ik, zelfs ook in absolute cijfers. Toch heeft dat, voor zover mij bekend, nog nooit een bevoegde of betrokken instantie ertoe aangezet daar een politiek voor uit te werken.

Zowel de Nederlandse Taalunie als de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek hebben sinds enkele jaren wel ontdekt dat Wallonië bestaat, maar er is kennelijk zo veel schroom of men voelt er zich zo ongemakkelijk bij, dat men nauwelijks verder dan het ontdekken van het bestaan is gekomen. Meer aandacht voor de grootste leverancier van niet-moedertalige neerlandici en Nederlandslerenden zou nochtans in dank worden aanvaard, niet het minst door de betrokkenen zelf.

De Commissie Buitenland van de Nederlandse Taalunie heeft al sinds 1989 een aantal voorstellen op een rijtje gezet en via de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren aan het Comité van Ministers doorgespeeld. Die ministers echter hebben daar tot nog toe geen consequenties uit getrokken!

Maar vandaag willen we het eigenlijk over andere gebieden hebben. Buiten Nederland en België is er geen enkel land waar de Neerlandistiek zo goed in de markt ligt als in Duitsland. Dat geldt voor de universitaire Neerlandistiek, maar in nog grotere mate voor het onderwijs Nederlands op andere niveaus. Dat daarbij de twee 'Lander' die aan het Nederlandse taalgebied grenzen, te weten Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen, het spits afbijten, ligt voor de hand. Ook in ons buurland Frankrijk is het de grensstreek die het beste scoort, al zullen velen er graag aan herinneren dat in het 'département du Nord' waar het om gaat, ook het dusgenaamde Frans-Vlaanderen ligt, dat natuurlijk nog andere bindingen met het Nederlandse taalgebied heeft.

' Bol, G., en Weers, M., Niet-universitair onderwijs Nederlands buiten Nederland en Vlaanderen; Nederlandse Taalunie, 's-Gravenhage, 1991.

Nederlandse Taalunie