Het niet-universitair onderwijs Nederlands in de grensgebieden (Nedersaksen, Noordrijn-Westfalen en Frans-Vlaanderen)
1992
116 pagina's
4. Werkgroep Noordrijn-Westfalen
4.1. Inleidingen
4.1.1. Het schoolvak Nederlands in Noordrijn-Westfalen P.W. Jaegers
In de eerste plaats wil ik de Nederlandse Taalunie danken voor de gelegenheid die mij wordt geboden om hier het onderwijs van het Nederlands als vreemde taal in Noordrijn-Westfalen toe te lichten. Mij werd gevraagd iets over het schoolvak Nederlands in verleden, heden en toekomst te berichten. Ik zal derhalve achtereenvolgens behandelen: (1) de ontwikkeling van het Nederlands in Noordrijn-Westfalen; (2) de huidige stand van zaken aan de hand van enkele cijfers en (3) de toekomstverwachtingen, waaraan ik een paar typische moeilijkheden zal verbinden.
1. De ontwikkeling van het schoolvak Nederlands in Noordrijn-Westfalen
De wieg van het schoolvak Nederlands staat in Kleve. Daar werd op de 'Realschule' al in de jaren 50 Nederlands aangeboden, echter niet als een officieel vak maar als een vrije cursus (twee lesuren per week). Korte tijd later werd het vak ook op één van de drie 'Gymnasia' in Kleve gegeven aan enkele geïnteresseerden. Dat de belangstelling voor het vak Nederlands begon te groeien is te danken aan enthousiaste leraren zoals J. Kempen en H. Combecher, en hun leerlingen. Zij hadden het - in die tijd voor Duitsers althans - ongelooflijke inzicht dat het Nederlands een heel normale taal was die men even goed kon leren als andere moderne talen. Gelukkig publiceerden Kempen en Combecher hun ideeën in tijdschriften. Zij maakten duidelijk dat het Nederlands bepaalde 'bildungspolitische' functies kon overnemen. Ze verbonden daarmee de eis dat het tenminste in de grensgebieden vanzelfsprekend zou moeten worden dat de leerlingen op school Nederlands konden leren.
De volgende jaren werden gekenmerkt door een langzame maar in zekere zin ook gestadige ontwikkeling. Soms was een stap vooruit terug te leiden op het initiatief van een enkeling; soms was die stap vooruit het gevolg van een politieke beslissing. Vanaf 1962-1963 was het mogelijk Nederlands als een vak van het staatsexamen ('Gymnasium'/'Realschule') te geven. Dit had een rechtstreeks gevolg voor de instituten Nederlands aan de universiteiten in Munster en Keulen. Zij moesten nu ook aan de lerarenopleiding denken, aanvankelijk met een zekere tegenzin. Een korte tijd (van 1968 tot 1978) was het ook mogelijk om in Aken een studie Nederlands te volgen. Het was een veelbelovende ontwikkeling die uiteindelijk op niets uitliep.
Vanaf 1973 bestonden er 'Unterrichtsempfehlungen Niederlandisch'1. De grote doorbraak kwam in 1975 toen de minister van Cultuur van Noordrijn-Westfalen het Nederlands als een officieel vak van de 'Sekundarstufe II' van het 'Gymnasium' erkende. Het Nederlands kon als 'Grundkurs' (drie lesuren per week) of als 'Leistungskurs' (zes lesuren per week) worden gevolgd. Het kon dus ook als vak voor het eindexamen ('Abitur') worden gekozen. Hierdoor kreeg het vak Nederlands een aan de andere gymnasiale vakken gelijkwaardige status.
Aanbevelingen voor de 'Sekundarstufe I', d.w.z. klassen vijf tot tien.