Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Voorzetten

U bent hier: start » voorzetten
Zoek naar
Voorzetten 36

Het niet-universitair onderwijs Nederlands in de grensgebieden (Nedersaksen, Noordrijn-Westfalen en Frans-Vlaanderen)

1992
116 pagina's

Ik zou als volgt willen besluiten: het is moeilijk een goede plaats in de toptien te bereiken, maar soms is het nog moeilijker om deze te behouden.

4.1.2. De lerarenopleiding Nederlands in Noordrijn-Westfalen H. Eickmans

1. De culturele onafhankelijkheid van de Duitse deelstaten

De federale structuur van de Duitse Bondsrepubliek houdt in dat een niet onbelangrijk deel van de politieke bevoegdheden volledig bij de regering van de deelstaten, de 'Bundeslander', ligt. Hierbij behoort onder andere de hele culturele sector, onderwijs en wetenschappen inbegrepen. Deze zogenaamde 'Kulturhoheit der Lander' is iets wat de deelstaten argwanend koesteren en wat ze steevast verdedigen tegen alle pogingen van de nationale regering in Bonn om op de een of andere manier greep te krijgen op culturele aangelegenheden. Nog altijd - en als het aan de deelstaten ligt, zal dat ook altijd zo blijven - is er geen nationale minister van cultuur, maar zijn er wel zestien ministers van cultuur, één per deelstaat.

Om niettemin een zekere vergelijkbaarheid van de onderwijssystemen in de verschillende deelstaten te waarborgen, vooral in verband met gelijke opleidingsniveaus en de mogelijkheid om binnen verschillende deelstaten van school te veranderen, bestaat als overkoepelende instantie de zogeheten 'Standige Konferenz der Kultusminister der Lander in der Bundesrepublik Deutschland'. Het is een permanente conferentie die bestaat uit alle ministers van cultuur uit alle deelstaten. Het bestaan van deze overkoepelende instantie neemt niet weg dat de afzonderlijke deelstaten bij de concrete invulling van het aldaar afgebakende kader volledig vrij zijn, hetgeen in de praktijk tot een per deelstaat duidelijk afwijkende organisatie van het hele onderwijsbeleid kan leiden, of zelfs heeft geleid.

Deze inleidende opmerkingen lijken mij niet overbodig om er nog eens duidelijk op te wijzen dat alles wat ik in het vervolg over de lerarenopleiding in Noordrijn-Westfalen zal zeggen, dan ook uitsluitend op deze deelstaat van toepassing is. Dat geldt met name als het om de opleiding van docenten Nederlands gaat, want deze is als volledige opleiding gelijkwaardig aan de opleiding van de andere leraren vreemde talen, en zij is tot nu toe helaas alleen in Noordrijn-Westfalen mogelijk.

Noordrijn-Westfalen is met ruim zestien miljoen inwoners groter dan België of Nederland en binnen de Duitse Bondsrepubliek verreweg de grootste deelstaat. Noordrijn-Westfalen bestaat als staatkundige eenheid pas vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog, maar niettemin is men er politiek in geslaagd een zogenaamd 'Nordrhein-Westfalen-Bewusztsein' te creëren, een positieve identificatie dus van de bewoners met hun land ('Wir in Nordrhein-Westfalen'). Politiek wordt het land sinds exact vijfentwintig jaar door de sociaal-democraten bestuurd en die hebben uiteraard getracht hun eigen stempel op onderwijs en wetenschappen te drukken. In verband met ons onderwerp heeft dit tot een zekere asymmetrie tussen het schoolsysteem en de lerarenopleiding geleid.

2. Algemene aspecten van de lerarenopleiding

De lerarenopleiding volgt het zogenaamde 'Stufenlehrermodell': de aankomende

Nederlandse Taalunie