Het niet-universitair onderwijs Nederlands in de grensgebieden (Nedersaksen, Noordrijn-Westfalen en Frans-Vlaanderen)
1992
116 pagina's
5. Werkgroep Frans-Vlaanderen
5.1. Inleidingen
5.1.1. Het Nederlands in Frans-Vlaanderen A. Héroguel
In mijn lezing zal ik trachten over het Nederlands in Frans-Vlaanderen te spreken zonder het verslag van de enquête1 te parafraseren. Ik zal eerst commentaar geven op de huidige situatie; daarna maak ik enkele opmerkingen over de toekomstmogelijkheden.
Het is zeer moeilijk om een degelijk overzicht van het onderwijs van het Nederlands in het noorden van Frankrijk te schetsen. Drie weken geleden heb ik de heer Persyn, die een inspectie-opdracht heeft, opgebeld. Ik veronderstelde dat ik bij hem de betrouwbaarste inlichtingen kon krijgen. Op mijn eerste vraag - hoeveel leerlingen in de beide departementen Nord en Pas-de-Calais Nederlands op school leren - gaf hij mij de schatting 'tussen 1300 en 1500'. Een beetje verbaasd vroeg ik: 'Hoezo schatting?', en hij verklaarde me dat er dit jaar nog geen telling van overheidswege had plaatsgevonden. Mijn verbazing werd echter nog groter toen hij me vertelde dat het aantal leerlingen verleden jaar ook niet vastgesteld was en dat de officiële cijfers niet juist zijn.
Ik zie in het eerder genoemde rapport dat de onderzoekers dezelfde moeilijkheden ondervonden en dat er niet van alle instellingen een antwoord binnenkwam. Ik kon slechts een lijst van de scholen krijgen waar Nederlands wordt gegeven. Ik kan u straks deze lijst geven2. Dat zijn: voor het lager onderwijs 11 scholen en voor het voortgezet onderwijs 14. Deze lijst stemt niet overeen met die van het rapport op pagina 121 en 122. Het grootste verschil betreft het basisonderwijs in Belle: aan de ene kant één enkele school, aan de andere kant 10 scholen. Twee scholen, het College Lamartine in Hondschoote en het Lycée Professionnel 'Les Vertes Feuilles' in Saint-André worden in het rapport niet vermeld, terwijl het Lycée Gaston Berger in Lille ook niet op de lijst voorkomt.
Het is interessant te vermelden dat op sommige scholen het onderwijs op experimentele basis wordt gegeven. Dat is het geval voor alle basisscholen en voor het College in Comines en het Lycée Pasteur, dankzij een jumelage met een Nederlandse school.
Interessant is ook het feit dat het Nederlands in het beroepsonderwijs wordt onderwezen: ten eerste in het lager beroepsonderwijs in Lille aan het Lycée Jean Monnet in de afdeling 'Binnenscheepvaart' en in Marcq-en-Baroeul op de opleiding voor vrachtwagenchauffeurs. Het onderwijs in Saint-André kan als middelbaar beroepsonderwijs worden beschouwd. Voor de rest en voor meer details verwijs ik naar de lijsten in het rapport van de enquête.
In dit rapport lees ik op pagina 46 dat het Nederlands binnen het secundair onderwijs in Frankrijk en in vergelijking met Duitsland een bescheiden plaats inneemt.
' Bol, G., en Weers, M., Niet-universitair onderwijs Nederlands buiten Nederland en Vlaanderen; Nederlandse Taalunie, 's-Gravenhage, 1991. 2 Zie bijlage.