Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Voorzetten

U bent hier: start » voorzetten
Zoek naar
Voorzetten 37

Van onbegrensd belang: de staat van het onderwijs Nederlands in Nederland en Vlaanderen

1992
96 pagina's

Inleiding

De samenleving en het schoolvak Nederlands

Er is geen schoolvak dat zo in onze publieke opinie leeft als Nederlands. Terwijl een discussie over bijvoorbeeld aardrijkskunde of scheikunde zelden de krant haalt, duikt het taalonderwijs geregeld in de krantekolommen op. We kennen bovendien al jaren radio- en televisieprogramma's die in spelvorm een beroep doen op wat we op school aan 'taal' geleerd hebben. Die belangstelling valt niet te verklaren door ernaar te verwijzen dat iedereen op school ervaring met Nederlands heeft opgedaan. Dan zou rekenen immers net zo vaak in de krant moeten komen. Kennelijk vinden we allemaal dat onze taal een belangrijk element is in ons (samen)leven en dat onderwijs erin dus ook extra zorg verdient.

Die extra zorg voor Nederlands vinden velen ook nodig omdat veel leerlingen er naar hun indruk op school te weinig van opsteken. Vooral uit het bedrijfsleven en uit het hoger onderwijs komen klachten over het gebrek aan taalvaardigheid van degenen die daar hun intrede doen. Die klachten zijn vaak stereotiep en vaag, maar ze duiden in ieder geval toch aan dat men een goed ontwikkelde communicatieve vaardigheid in de wereld van arbeid en beroep van het grootste belang vindt. Bovendien weten we dat sommige burgers door analfabetisme maar gebrekkig aan het openbare leven kunnen deelnemen. Er zijn dus redenen genoeg om zorg aan het schoolvak Nederlands te besteden.

Het thema van het rapport

Dit rapport gaat over het onderwijs Nederlands, dat onze samenleving blijkbaar zo sterk ter harte gaat. De opdracht tot het schrijven ervan is verstrekt door de Nederlandse Taalunie, de intergouvernementele organisatie die in 1980 door de Nederlandse en toen nog de Belgische overheid is ingesteld ter behartiging van de zaak van de Nederlandse taal als een integraal belang van beide gemeenschappen.

In 1986 en 1987 heeft de Nederlandse Taalunie haar jaarlijkse Algemene Conferentie van de Nederlandse Taal en Letteren aan het onderwijs Nederlands besteed: eerst aan de organisatie en de ondersteuning ervan, vervolgens aan het literatuuronderwijs. De aanbevelingen die uit deze twee naar verhouding grootschalige bijeenkomsten zijn voortgekomen, zijn voor de Nederlandse Taalunie aanleiding geweest om een 'Taakgroep Nederlands' in te stellen (zie bijlage 1). Die groep moest de aanbevelingen van de conferenties nog eens kritisch bezien en zo mogelijk omzetten in concrete voorstellen ter bevordering van de kwaliteit van het onderwijs Nederlands. De taakgroep diende in ieder geval ook onderdelen van het schoolvak Nederlands aan te wijzen waarop onderzoek, leerplanontwikkeling en (na)scholing in samenhang gericht zouden moeten worden.

Het schoolvak Nederlands, het thema van dit rapport, heeft niet in alle onderwijsty-pen van Nederland en Vlaanderen dezelfde naam; er moest dus een gemeenschappelijke noemer gekozen worden. Als benaming gebruiken we hierna meestal 'het onderwijs Nederlands'. We vermijden daarmee de keuze tussen 'onderwijs van' en 'onderwijs in' en omzeilen het gebruik van het lidwoord 'het' voor Nederlands.

Nederlandse Taalunie