Van onbegrensd belang: de staat van het onderwijs Nederlands in Nederland en Vlaanderen
1992
96 pagina's
3 De praktijk van het onderwijs Nederlands
In dit hoofdstuk is de praktijk van het onderwijs Nederlands in Nederland en in Vlaanderen aan de orde. Daarbij komen de volgende onderwerpen ter sprake: de positie van het onderwijs Nederlands (3.1); de tijdbesteding binnen het vak zelf (3.2); een globale schets van de onderwijspraktijk (3.3); taal- en literatuurmethoden (3.4).
Over die praktijk zijn in Nederland en Vlaanderen maar gedeeltelijke gegevens beschikbaar. De laatste jaren zijn wel enige onderzoeken verricht op grond waarvan men zich een beeld kan vormen van het onderwijsaanbod in de hoogste groepen (klassen) van het basisonderwijs en in het derde leerjaar van het voortgezet onderwijs. Toch geldt nog in hoge mate wat Wesdorp, Daems en Teysse (1986) stelden in hun rapport over De positie van het onderwijs in het Nederlands: "De inhoud van ons (basis- en voortgezet) onderwijs onttrekt zich aan onze waarneming: de wettelijke bepalingen zijn vaag, de praktijk is (waarschijnlijk) divers."
In de eerste plaats is er onderzoek gedaan met behulp van verschillende enquêtes, die onder leraren in Nederland en Vlaanderen zijn gehouden over de invulling van het onderwijs. Voor het derde leerjaar van het secundair onderwijs in Vlaanderen zijn er echter geen harde gegevens voorhanden; daarvoor moeten we ons op getuigenissen van vakinspecteurs beroepen.
In de tweede plaats is in opdracht van de taakgroep een studie verricht naar de taaien literatuurmethoden die in het basis- en voortgezet onderwijs in Nederland en Vlaanderen in omloop zijn. In paragraaf 3.4 zijn de belangrijkste resultaten van die studie samengevat.
3.1 De positie van het onderwijs Nederlands
In Nederland wordt in de hoogste groepen van het basisonderwijs aan geen ander leergebied meer tijd besteed dan aan Nederlands. Tabel 6 (p. 46) laat zien hoe het gemiddelde weekrooster van de hoogste groep van de basisschool er uitziet. Blijkens de tabel besteedt men in groep acht van het basisonderwijs meer dan een kwart van de totale onderwijstijd aan het leergebied 'taal': dat is bijna zeven klokuren per week.
In Vlaanderen wordt volgens CRKLO-gegevens in het basisonderwijs minder dan een kwart van de totale onderwijstijd aan Nederlandse taal besteed. Bij omrekening in klokuren blijken leerlingen van het zesde leerjaar er vijf uur Nederlands te krijgen. Daar staat tegenover dat diezelfde leerlingen wekelijks tweeëneenhalf uur 'tweede taal' (Frans) op hun rooster hebben.