Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Voorzetten

U bent hier: start » voorzetten
Zoek naar
Voorzetten 37

Van onbegrensd belang: de staat van het onderwijs Nederlands in Nederland en Vlaanderen

1992
96 pagina's

4 Het kader in Nederland en Vlaanderen

In de voorafgaande hoofdstukken kwamen diverse aspecten van het onderwijs Nederlands ter sprake: het belang en de doelstellingen ervan, de wijze waarop het wordt verstrekt en wat het als resultaat opbrengt. In Nederland en Vlaanderen hebben de overheid en het privé-initiatief voor het onderwijs een kader tot stand gebracht dat nu enige nadere beschouwing verdient.

Een gescheiden ontwikkeling heeft ertoe geleid dat er tussen het Nederlandse en het Vlaamse kader vrij grote verschillen bestaan. Daarom is aan beide delen van het taalgebied een afzonderlijk deel van dit hoofdstuk gewijd: eerst komt Nederland aan de beurt (4.1), daarna Vlaanderen (4.2). We maken één enkele uitzondering op deze gescheiden behandeling: de bespreking van de taakomvang en -belasting van de leerkracht in beide staatkundige gemeenschappen is in een gemeenschappelijke paragraaf (4.3) ondergebracht. Zo krijgt die problematiek meer nadruk dan bij een tweeledige behandeling mogelijk zou zijn.

4.1 Nederland

In deze paragraaf zijn de volgende aspecten aan de orde: wettelijke bepalingen en organisatie (4.1.1); de sturingsinstrumenten (4.1.2); opleiding en nascholing (4.1.3); de overige ondersteuning van de leraren (4.1.4).

4.1.1 Het wettelijk kader

Art. 9 van de Wet op het basisonderwijs (WBO), dat bepaalt wat het onderwijs in de basisschool omvat, noemt onder andere Nederlandse taal en (als onderdeel van expressie-activiteiten) "de bevordering van het taalgebruik". Hetzelfde artikel zegt dat het Fries of een streektaal die "in levend gebruik" is, als voertaal op school gebruikt mag worden (wij zouden liever 'instructietaal' gelezen hebben). Bij de opvang van allochtone leerlingen geldt hetzelfde voor de taal van het land van oorsprong.

Het basisonderwijs kent in tegenstelling tot het voortgezet onderwijs geen lessenta-bel. Er bestaat ook geen centraal vastgesteld leerplan; elke basisschool is wel verplicht een 'schoolwerkplan' te hebben, dat een overzicht biedt van de inhoud en de organisatie van het onderwijs. Het onderwijs Nederlands wordt in de WBO niet verder geleed. In de praktijk maken scholen veelal onderscheid tussen Nederlands, lezen en (technisch) schrijven, omdat die onderdelen doorgaans met behulp van afzonderlijke methoden en in afzonderlijke lessen worden onderwezen.

De artikelen 7 tot en met 10 van de Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO) geven aan in welke vakken de scholen onderwijs moeten aanbieden. Bij elk onderwijstype dat de wet onderscheidt, wordt in die artikelen het onderwijs Nederlands genoemd, maar niet steeds met dezelfde benaming. Vervolgens bepaalt het Besluit dagscholen v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o. in welke vakken de leerlingen onderwijs moeten volgen. Ten slotte geven het Eindexamenbesluit dagscholen v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o. en de daarop gebaseerde eindexamenprogramma's voor de verschillende vakken de voorwaarden

Nederlandse Taalunie