Van onbegrensd belang: de staat van het onderwijs Nederlands in Nederland en Vlaanderen
1992
96 pagina's
Bijlage 2
Besluit inzake de instelling van een 'Taakgroep Nederlands'
De Algemeen Secretaris van de Nederlandse Taalunie,
gelet op artikel 5b van het Verdrag inzake de Nederlandse Taalunie,
gelet op de door het Comité van Ministers vastgestelde begroting 1988,
gelet op het advies R-1550 van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren, d.d. 14 maart 1987,
besluit
1) een Taakgroep Nederlands in te stellen die tot doel heeft de kwaliteit in de ruime zin van het onderwijs Nederlands, zowel op het gebied van de taal als van de letteren, en de samenwerking op dit gebied tussen Nederland en België (Vlaanderen) te bevorderen;
2) de Taakgroep met volgende opdrachten te belasten:
a) wegen aan te geven waarlangs een inventariserende beschrijving tot stand kan komen ten aanzien van een aantal aspecten van het vak Nederlands waarvan de keuze kan worden gemaakt uit de onderwerpen die in het rapport-Wesdorp-Daems over 'De positie van het onderwijs in het Nederlands en de rol van de overheid in Nederland en Vlaanderen' aan de orde zijn gesteld;
b) de aanbevelingen van de Algemene Conferenties van de Nederlandse Taal en Letteren 1986 en 1987 nader uit te werken en aan de hand van die aanbevelingen concrete voorstellen te doen die de kwaliteit van het onderwijs Nederlands moeten bevorderen en in voorkomende gevallen in te spelen op lopende overheidsinitiatieven;
c) de samenwerking tussen Nederland en België (Vlaanderen) te bevorderen door o.a. in het kader van de onderwijsontwikkeling met betrekking tot het schoolvak Nederlands voor Nederland en België (Vlaanderen) gezamenlijk (vak)onderdelen aan te wijzen waarop leerplanontwikkeling, (na)scholing en onderzoek zich in samenhang dienen te richten
3) dat de Taakgroep haar werkzaamheden zal afronden met het maken van een notitie waarin een opsomming wordt gegeven van aandachtspunten op het gebied van het onderwijs Nederlands in Nederland en België (Vlaanderen) en, in samenhang met en in het kader van het Belgische en Nederlandse overheidsbeleid, voorstellen worden geformuleerd voor nadere operationalisering van artikel 5 van het Verdrag inzake de Nederlandse Taalunie. De genoemde notitie zal aan de Algemeen Secretaris worden aangeboden, die, gehoord de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren, ze als basisdocument zal gebruiken voor het op-