Terminologieleer: beleid en praktijk
Redactie: A.J. Vervoorn
1992
138 pagina's
TERMINOLOGIE OP VERF- EN VERNISGEBIED
P. Houmes
Voorgeschiedenis van de normalisatie
Bij de voorbereiding las ik wat oude jaargangen van de Verfkroniek erop na. Sinds 1928 is dat het officieel orgaan van de VVVF, de Vereniging van Verf- en Vernisfabrikanten in Nederland. Al in nr. 1 van het blad wordt een pleidooi gehouden voor normalisatie. Daarbij wordt gedacht aan kostenbesparing door het invoeren van standaardkleuren. Vijfjaar later houdt Kappelmeier (Sikkens) een vurig betoog om technologische begrippen op verfgebied te normaliseren. Blijkens zijn uitlatingen in 1936 is dat kennelijk niet gelukt.
Het volgende verhaal illustreert de behoefte aan normalisatie . In de jaargang 1930 van de Verfkroniek vond ik de uitgebreide polemiek over het begrip standolie. Omdat standolie in die tijd een begrip voor top-kwaliteit was, ontbrandde een hevige discussie, mede naar aanleiding van een publikatie in het Duitse vaktijdschrift Farbe und Lack. De discussie was misschien daarom zo fel omdat standolie een Nederlandse vinding is, en grondstof voor produkten met voor die tijd maximale duurzaamheid. Welnu, omstreeks 1830 was er in Bennebroek een schilder die in zijn tuin in een half ingegraven ketel lijnolie verhitte. De pot vloog in brand. De brand werd met zand geblust. Toen de ketel na afkoeling werd opgegraven bleek deze een verdikt produkt te bevatten dat uitstekende eigenschappen bezat. De zgn. Bennebroekerolie of standolie was geboren! De discussie in 1930 ging erover of het nu olie 'van stand' was of olie die zo dik was dat het goed bleef 'staan', waarbij men elkaar met allerlei weinig steekhoudende argumenten om de oren sloeg. Hoe het ook zij, in de Ie druk (1951) staat de definitie: Standolie is door sterke verhitting verdikte olie. Deze definitie is ongewijzigd tot nu toe. Na een lang leven is het gebruik aanzienlijk verminderd. Zelfs zodanig dat bij de laatste herzieningsronde is overwogen het begrip uit de norm te schrappen.
In 1935 is de ISA TC35 (ISA is de voorloper van de ISO, International Standar-dization Organisation) opgericht. De TC35 (Technical Committee) hield zich speciaal bezig met verf. Het initiatief hiertoe kwam uit Nederland. In 1941 is de Centrale Taaicommissie voor de Techniek (CTT) opgericht. Het duurt nog tot 1951 voor de eerste druk van NEN 941 verschijnt onder de titel: Benamingen op verf- en vernisge-bied.
De definitie van verf in de laatste 40 jaar
De term 'verf' heeft in de loop der tijd misschien globaal dezelfde betekenis gehouden, toch is vanwege allerlei ontwikkelingen de definitie meermalen aangepast. 1951. Verf is een bij kamertemperatuur vloeibare pigment bevattende massa die in dunne lagen over voorwerpen wordt uitgespreid ter bescherming en/of verfraaiing hiervan, en die hierop een vaste laag vormt.
1975. Inmiddels heeft de technische ontwikkeling produkten mogelijk gemaakt waarmee dikkere lagen dan voorheen kunnen worden aangebracht. Ook zijn er nu poederlakken beschikbaar. Aanpassing van de definitie in de 4e druk is dan ook noodzakelijk. Het wordt: verf is een vloeibaar, pasteus of poedervormig, pigment bevattend produkt, bestemd om in dunne lagen op voorwerpen te worden