Lijst van landennamen
1993
48 pagina's
1. INLEIDING
1.1 De plaats van de aardrijkskundige naam in de taal
De aardrijkskundige naam is een eigennaam en heeft als zodanig zijn speciale plaats in de taal. Het is zijn functie te verwijzen naar een, principieel uniek, geografisch object. Voor een optimale vervulling van die functie in het maatschappelijk verkeer is het van belang dat er eensgezindheid bestaat onder de taalgebruikers over de vorm waarin zij die naam wensen te gebruiken. Dit geldt in het bijzonder voor de geschreven vorm, die ongeacht de tekstsoort, kaart, dag- of weekblad, reiswijzer, postadres, databestand enz., steeds gelijk dient te zijn.
De aparte positie van de aardrijkskundige naam betekent echter niet dat hij niet interfereert met andere sectoren van de taal. Net als ieder ander woord is een naam een tekstfragment, dat om een orthografisch kader vraagt als het op schrift moet worden gesteld. Het probleem met buitenlandse aardrijkskundige namen in Nederlandse teksten is echter dat zij van oorsprong geen deel uitmaken van onze taaivoorraad. In beginsel zou hun schrijfwijze dus ook niet onderworpen hoeven te worden aan onze spellingregels. Die opvatting strookt evenwel niet met de praktijk van eeuwen, waarin buitenlandse aardrijkskundige namen in Nederlandstalige teksten zijn gebruikt en daarbij een vorm hebben gekregen die in de eerste plaats is aangepast aan de uitgangspunten van onze spelling, maar waarbij soms ook vertaling heeft plaatsgevonden van naamdelen die hun homoniemen hadden in de Nederlandse woordvoorraad. Dergelijke vormen in een taal voor buitenlandse aardrijkskundige namen duidt men sinds enkele decennia aan als "exoniemen". Exoniemen moeten beschouwd worden als Nederlandse namen en dus als Nederlands taaigoed.
1.2 Het donorprincipe
Uitgaande van het gegeven dat de belangrijkste functie van een aardrijkskundige naam zijn herkenbaarheid is, dient - zowel nationaal als internationaal - gestreefd te worden naar één uniforme schrijfwijze van de buitenlandse aardrijkskundige namen. De resoluties 6 en 13 van de 'Fifth United Nations Conference on Standardization of Geographical Names' (Montreal, 18-31 augustus 1987), eerder in dit kader aangenomen, sluiten hierbij aan.
In deze resoluties wordt grote nadruk gelegd op het 'donorprincipe'. Dit houdt in dat men uitgaat van de officiële naam, hetzij zoals hij in de taal van het land zelf in Latijns schrift wordt geschreven, hetzij zoals hij in Latijns schrift wordt getranscribeerd volgens een door het land zelf aanbevolen transcriptiesysteem. Aangezien het tot haar officiële taak behoorde rekening te houden met de betreffende resoluties, heeft de Werkgroep het donorprincipe een belangrijke rol laten spelen bij de vaststelling van de schrijfwijze van de landnamen en de namen van de hoofdsteden.