Lijst van landennamen
1993
48 pagina's
gaan door een geografische afleiding of een richtingaanduiding heeft de Werkgroep met betrekking tot het eerste woord gekozen voor een exonymische vorm (Frans, Arabische, Noordelijk, West).
In een aantal gevallen heeft de Werkgroep gekozen voor een exonymische vorm als het om het laatste deel van een naam ging. Dit is gebeurd bij samenstellingen met het woord -eiland(en) en bij appositionele verbindingen van een aardrijkskundige naam gevolgd door het woord -stad.
Het Arabische woord al- of el-, dat met sommige begin-medeklinkers assimileert, wordt in de Lijst weggelaten, omdat dit voorvoegsel het vinden van namen op een kaart of in een index bemoeilijkt. Er wordt derhalve niet Ar Riyad geschreven, maar Riyad.
Bij de landnamen wordt het lidwoord de alleen geschreven wanneer het al dan niet voorkomt in combinatie met het voegwoord en, alsmede wanneer de desbetreffende landnaam een meervoudsvorm is. In de Lijst zien we daarom Saint Vincent en de Grenadines en Comoren, de. Bij de officiƫle namen worden de lidwoorden de of het steeds geschreven waar dat nodig is.
1.3 Donorprincipe tegenover exoniemen
Het donorprincipe staat in de Nederlandse-taalgemeenschap op gespannen voet met de exonymische praktijk. Weliswaar is het aantal exoniemen in de loop der eeuwen afgenomen - Pleimuyden en Abberdaan hebben hun langste tijd gehad -, tegelijkertijd blijkt er een sterke wens te leven tot exonymische assimilatie van buitenlandse aardrijkskundige namen die meer recentelijk binnen onze gezichtskring zijn gekomen. Dit uit zich in de weergave van bepaalde klanken in een vorm die afwijkt van de schrijfwijze die daarvoor in de meeste ons omringende landen gangbaar is. Daarbij is vooral te wijzen op de weergave van ay in Arabische namen (Bahrayn) door de Nederlandse ei (Bahrein) en de weergave van de internationaal veel toegepaste u (Kuweit) door de Nederlandse oe (Koeweit). Verder blijkt er een sterke weerstand te bestaan tegen in het Nederlands ongebruikelijke diakritische tekens en lettercombinaties die als verwarrend worden ervaren.
Krachtens haar opdracht was de Werkgroep verplicht aan het donorprincipe een hoge prioriteit toe te kennen. Dit was tevens de wens van bepaalde groepen 'grootgebruikers' van buitenlandse aardrijkskundige namen, zoals nieuwsagentschappen en kartografen. In de loop van haar werkzaamheden heeft de Werkgroep echter ervaren dat een al te rigoureuze doorvoering van het donorprincipe wellicht tot de opstelling van een consequente Lijst zou voeren, maar niet tot een die zou kunnen rekenen op aanvaarding door de meerderheid van de Nederlandse-taalgemeenschap.
Het vaak indringende schriftbeeld van sommige donornamen zou ongetwijfeld in brede kringen weerstanden oproepen en daarmee de kans op aanvaarding van de Lijst verkleinen. Om dit te vermijden heeft de Werkgroep dan ook besloten waar nodig op een soepeler manier met het donorprincipe om te gaan dan aanvankelijk in