Onderwijsonderzoek voor beleid en praktijk
Redactie: C.M. Bouma, M.M.A.J. Goemans.
1993
112 pagina's
OMGAAN MET ONDERZOEK(SRESULTATEN)
R. VANDENBERGHE,
hoofd van het Centrum voor Onderwijsbeleid en -vernieuwing,
K.U. Leuven
in samenwerking met
A. Blancquaert, J. Depoortere, A. Janssens en M. Trippas
Inleiding
Over het gebruik ("knowledge utilization") en de verspreiding ("dissemination") van onderzoeksresultaten door en bij verschillende groepen bestaat heel wat onderzoek (zie bijv. Huberman, 1990; Cousins & Leithwood, 1986). De vraag naar de impact van onderzoek op leerkrachten, begeleiders en beleidsverantwoordelijken is een legitieme vraag. Het begrip "gebruik" kan verschillende betekenissen hebben. Uit de vragen (zie verder) die werden voorgelegd blijkt dat we een onderscheid maken tussen conceptueel en praktisch gebruik.
Met het oog op het bevorderen van de discussie tijdens de OORD-studiedag stellen we voor uit te gaan van inzichten en ervaringen van potentiële gebruikers. Met potentiële gebruikers bedoelen we hier onderwij sbegeleiders en inspecteurs Basisonderwijs.
Sinds geruime tijd verricht het Centrum voor Onderwijsbeleid en -vernieuwing (evaluatieonderzoek in het kader van het Project Vernieuwd Lager Onderwijs. Elk jaar wordt een rapport aangeboden aan de Commissie Onderwijsvernieuwing Basisonderwijs (C.O.B.). Binnen de C.O.B, zijn de externe begeleiders (vertegenwoordigd door leden van de zgn. Centrale Pedagogische Teams) de belangrijkste potentiële gebruikers. Vandaar het voorstel om aan twee van deze begeleiders hun oordeel te vragen over "gebruik" aan de hand van enkele vragen.
Sinds een viertal jaar is er vanuit het Centrum ook een netwerk uitgebouwd met inspecteurs van het Basisonderwijs. De samenwerking gebeurt op basis van persoonlijke interesse. Gedurende die periode hebben de leden van het netwerk meegewerkt aan onderzoek, werden resultaten besproken, werd gezocht naar consequenties voor
-----------hun werk-, werden teksten besproken; enz... Ookhier willen-we aan twee leden van
het netwerk vragen te reflecteren over hun persoonlijke ervaringen met onderzoeksresultaten.
Uiteraard is hiermee niet de volledige problematiek in verband met "knowledge utilization" aan bod gekomen. Verwijzend naar de context zoals hierboven beschreven, werden de volgende vragen als uitgangspunt voor bespreking en reflectie voorgelegd.
(1) In welke mate en op welke wijze hebben het onderzoek en de daarin gerapporteerde resultaten aanleiding gegeven tot anders gaan (na-)denken over de on-